Nieuwe in de agenda: cursus trainingsfysiologie

Datum: 
vrijdag 09 oktober 2015 t/m vrijdag 20 november 2015
Locatie: 
Bilthoven (exacte locatie volgt nog)
Doelgroep: 
Aios-sportgeneeskunde, sportartsen, huisartsen en overige artsen.
Accreditatiestatus: 
Sportartsen: 18 punten en huisartsen: 20 punten.

Let u op: deze cursus bestaat uit drie dagen en wordt georganiseerd op de vrijdagen 9,16 oktober en 20 november. 

(Sport-)artsen worden in de dagelijkse praktijk geconfronteerd met vragen van sporters. Relatief vaak zullen deze vragen gesteld worden over de fysieke belastbaarheid en de sporthervatting na een blessure of ziekte. Soms ook zijn het vragen over de relatie van de (trainings-)belasting – belastbaar-heid bij het ontstaan van een blessure, een prestatiestagnatie of een algemeen overbelastingsbeeld. En soms betreft het vragen die betrekking hebben op de inhoud en de opbouw van een trainingsprogramma.

Om de sporter goed te kunnen adviseren zal de (sport)arts dus een inschatting moeten kunnen maken van de belastbaarheid, de sporter hierover moeten kunnen adviseren en in overleg kunnen treden met de (revalidatie-)trainer van de desbetreffende sporter. In de cursus ‘trainingsfysiologie’ wordt nader op deze onderwerpen ingegaan.

De cursus is als volgt opgebouwd. In 6 dagdelen worden de motorische grondeigenschappen kracht, snelheid, uithoudingsvermogen, coördinatie en lenigheid behandeld.

De docenten van deze cursus worden (inter-)nationaal gewaardeerd om hun kennis, zijn in staat om de theorie in de praktijk bij (top)sporters toe te passen en zijn bovendien in staat om deze kennis op begrijpelijk niveau over te brengen.

Doelstelling
De cursist verwerft kennis en inzicht in de motorische grondeigenschappen (kracht, snelheid, lenigheid, uithoudingsvermogen en coördinatie) en de invloed van training daarop. Hierbij dienen zinvolle trainingsmethoden onderscheiden te kunnen worden van onzinnige trainingsmethoden. Daarnaast dient de sportarts kennis en inzicht te verkrijgen in hoe de training aangepast dient te worden in extreme omstandigheden en hoe overtraining voorkomen kan worden. Een onderdeel hierbij is fysiologische selectie van sporters in het kader van talentherkenning.

Het algemene doel is dat de (aanstaande) (sport)arts de sporter adequaat kan begeleiden in situaties die raakvlakken hebben met die van de trainingsfysiologie.