InloggenLid worden
InloggenLid worden

Powerlifting: een snelgroeiende krachtsport onder de loep

Geschreven door: Benjamin Groen en Art Asrian

12 mei 2026

Powerlifting is een krachtsport met toenemende populariteit bij zowel mannen als vrouwen van alle leeftijden in zowel training als competitie. Wat houdt powerliften precies in? En welke (chronische) blessures komen het meest voor? Huisarts Art Asrian en basisarts Benjamin Groen, beiden powerlifters, vertellen er alles over.

Powerlifting is veel meer dan alleen zware gewichten tillen; het is een sport waarin kracht, techniek en doorzettingsvermogen samenkomen. De sport kent drie specifieke onderdelen; de squat, de bench press en de deadlift. Op deze drie onderdelen wordt een zo zwaar mogelijk gewicht getild. De onderdelen van het powerliften hebben ten opzichte van gewichtheffen een relatief korte range of motion (ROM), wat automatisch resulteert in het tillen van relatief hogere gewichten. Ondanks dat powerlifting grotendeels gebaseerd is op kracht, is techniek ook zeer belangrijk. Met een goede techniek kan een gewicht efficiënter worden getild en blijven blessures beperkt.

Equipped en raw powerliften

Binnen het powerliften bestaan twee vormen; ‘raw’ (ook wel open of classic genoemd) en ‘equipped’. Atleten in raw powerlifting dragen doorgaans hulpmiddelen, zoals een riem, om de intra-abdominale druk te verhogen ter ondersteuning van de wervelkolom, kneesleeves voor ondersteuning van de knieën en wrist wraps voor ondersteuning van de polsen. Bij equipped powerlifting dragen powerlifters aanvullend ook speciale stugge pakken of shirts die extra ondersteuning bieden tijdens de onderdelen. Hierdoor kunnen zij aanzienlijk meer gewicht tillen. Ook in equipped powerlifting zijn riemen en wrist wraps toegestaan, maar in plaats van kneesleeves gebruiken equipped powerlifters kneewraps, die door hun strakke winding rond de knie extra veerkracht geven.

Tegenwoordig is het raw powerliften de meest beoefende vorm, zowel recreatief als in competitie, zeker binnen internationale federaties zoals de International Powerlifting Federation (IPF). Naast volledige powerliftwedstrijden bestaan er ook bench-only wedstrijden die, zoals het woord al zegt, alleen bestaan uit het onderdeel bench press. Bench-only wedstrijden kunnen ook zowel raw als equipped worden uitgevoerd.

Bij een powerlifting wedstrijd is er een verdeling in gewichtsklassen en leeftijdscategorieën voor mannen en vrouwen. Per onderdeel krijgt de lifter drie beurten. Van elk onderdeel wordt de hoogste succesvolle beurt bij elkaar opgeteld om een totaalgewicht te bepalen. Het gaat er niet alleen om dat het gewicht verplaatst kan worden, maar ook dat de uitvoering technisch correct is. De atleet met het hoogste totaalgewicht wint binnen zijn of haar gewichtsklasse en leeftijdscategorie. Indien twee atleten binnen dezelfde gewichtsklasse een gelijk totaal behalen, wint de atleet met het laagste lichaamsgewicht.

Tot slot zijn er tijdens de wedstrijd altijd zogenaamde ‘spotters’ aanwezig tijdens de onderdelen, die het gewicht en de lifter kunnen opvangen wanneer een lift faalt, het gewicht terugplaatsen in de rack bij de squat en de bench press, of een zogenaamde ‘lift-off ’ kunnen geven tijdens het bankdrukken. Allereerst zullen we per onderdeel ingaan op de uitvoering van de oefeningen in wedstrijdverband en zullen we aanvullende variaties uitleggen.

De squat (kniebuigen)

Het eerste onderdeel binnen het powerliften is de squat. Hierbij plaatst de atleet zijn of haar bovenrug onder de stang, tilt het gewicht uit het rack en zet een paar stappen naar achter, zie Afbeelding 1. De atleet start in een rechtopstaande positie met de benen gestrekt. Vervolgens wordt er na het ‘squat’ commando door de benen gezakt, totdat de heupen onder het niveau van de knieën komen ofwel dat het bovenbeen op of voorbij parallelle positie komt, zoals te zien in Afbeelding 1. Vervolgens moet de stang in een vloeiende beweging,
zonder neergaande bewegingen, omhooggetild worden totdat het gehele lichaam weer in een rechtopstaande positie is. Indien de spotters niet hebben moeten ingrijpen, wordt er na de squat het ‘rack’ commando gegeven en zet de lifter met de spotters de stang terug in het rack, een zogenaamde ‘re-rack’. Bij een te vroege start, te vroege rerack of het niet vloeiend omhoog krijgen van het gewicht, wordt de lift logischerwijs afgekeurd. Deze criteria zijn eveneens van toepassing op de bench press.

 

 

 

Afbeelding 1. De squat.

De squat kent twee variaties:

• Highbar squat: Bij de highbar squat wordt de stang op de overgang van de m. trapezius descendens geplaatst. Hierdoor is de atleet genoodzaakt om in een meer rechtopstaande positie te squatten. In deze positie zijn de quadriceps met name verantwoordelijk voor de kracht. De highbar squat vereist meer flexibiliteit van de enkels wegens de grotere dorsiflexie van het enkelgewricht.
• Lowbar squat: Bij de lowbar squat wordt de stang op de trapezius pars transversa en de deltoideus posterior geplaatst. Hierdoor is de lifter genoodzaakt om in een meer voorovergebogen positie te squatten. Met de lowbar squat ligt de nadruk meer op de posterieure keten. Om de halter lager op de rug te kunnen plaatsen is meer flexibiliteit vereist van de schouders, ellebogen en de polsen. Over het algemeen kan men meer squatten met de lowbar squat, omdat de spieren van de posterieure keten gezamenlijk sterker zijn dan de quadriceps.

Afbeelding 2. De bench press.

Bench press (bankdrukken)

Bij de bench press, het tweede onderdeel binnen het powerliften, ligt de atleet op een halterbank zoals getoond in Afbeelding 2. Voorafgaand aan en gedurende de lift moeten het hoofd, de bovenrug en de billen contact maken met de bank. Ook dienen de voeten gedurende de hele lift contact te maken met de vloer. De atleet tilt al dan niet met behulp van de spotter de stang uit het rack, een zogenaamde ‘lift-off’. Wanneer de armen gestrekt zijn en de atleet in de technisch juiste positie ligt, wordt het ‘start’ commando gegeven. Vervolgens laat de atleet de stang zakken totdat de stang de borst aanraakt. Pas wanneer de scheidsrechter ziet dat de stang volledig tot stilstand is gekomen op de borst, wordt het ‘press’ commando gegeven. Na dit commando dient de atleet in een soepele beweging, zonder neergaande bewegingen, de stang omhoog te drukken. Wanneer de armen volledig gestrekt zijn, wordt het ‘rack’ commando gegeven en brengt de atleet samen met de spotters de stang terug in het rack.

Bij de bench press maken powerlifters vaak een ‘arch’, waarbij de wervelkolom in extensie wordt gebracht om de ROM te verkorten. Archen is een vaardigheid die getraind kan worden, maar ook sterk afhankelijk is van de flexibiliteit van de powerlifter. Het maken en behouden van deze arch vereist leg drive, waarbij kracht vanuit de benen tegen de vloer wordt gegenereerd en via spanning in de quadriceps wordt overgebracht op de romp, wat bijdraagt aan stabiliteit en behoud van wervelkolomextensie. Tijdens de bench press moeten de ellebogen tot het schoudergewricht zakken. Deze regel voorkomt dat powerlifters met een extreme arch een oneerlijk voordeel krijgen door een te korte ROM. Bij de bench press kan de powerlifter variëren met welke breedte hij of zij de stang vastpakt. Bij een smallere grip wordt de nadruk meer gelegd op de triceps en de anterieure deltoid. Bij een bredere grip worden de pectoralisspieren meer aangesproken. Over het algemeen kan een atleet meer bankdrukken met een relatief wijdere gripbreedte wegens gebruik van de sterkere pectoralisspieren, beperkte flexie van de ellebogen en de kortere ROM.

De deadlift

Het laatste onderdeel binnen het powerliften is de deadlift, zie Afbeelding 3. Hierbij staat de powerlifter dicht tegen de stang aan die op de grond ligt. De powerlifter start op eigen initiatief de lift. Er wordt dus geen startcommando gegeven. De powerlifter probeert de stang op te tillen totdat het lichaam volledig in rechtopstaande positie is. Bij de deadlift wordt er op gelet dat er in het rechtop komen staan geen neergaande bewegingen plaatsvinden. Bovendien dient er een goede ‘lock-out’ plaats te vinden. Dit houdt in dat de atleet volledig rechtop  staat, wat wordt gekenmerkt doordat de heupen en knieën in neutrale of overstrekte positie zijn en dat de schouders neutraal of naar achter staan. Vervolgens wordt het ‘down’ commando gegeven. Hierbij dient de atleet de stang vast te houden totdat deze stil op de grond ligt.

De deadlift kent verschillende variaties, waarvan de conventional en sumo deadlift het meest worden toegepast:

• De conventional deadlift: Met deze variatie staat de powerlifter ongeveer op schouderbreedte. In tegenstelling tot de sumo deadlift heeft deze variatie een grotere range of motion vanwege een iets diepere flexie van de heupen in de startpositie. Hierdoor wordt meer nadruk gelegd op de posterieure keten.
• De sumo deadlift: Met de sumo deadlift, zoals in Afbeelding 3 is afgebeeld, staat de powerlifter wijd en hoeft er een kleinere afstand afgelegd te worden dan bij de conventional deadlift. De atleet start in een meer rechtopstaande positie. Bij de sumo deadlift wordt meer nadruk gelegd op de quadriceps en de adductoren.

Afbeelding 3. De deadlift.

Trainingswijze

Het spreekt voor zich dat elke powerlifter het liefst zo snel mogelijk de sterkste wil worden. Te snel veel gewicht willen tillen kan leiden tot oververmoeidheid en blessures. In powerlifting wordt er periodisering van training toegepast, wat inhoudt dat de intensiteit en frequentie van de oefeningen systematisch worden aangepast over verschillende tijdsperiodes. Het doel is om kracht op te bouwen, prestaties te maximaliseren en te pieken tijdens een wedstrijd of testmoment. Als voorbeeld nemen we lineaire periodisering, de meest gebruikte methode in powerliften.

Een trainingsschema kan bestaan uit drie blokken van elk vier weken, waarbij een atleet begint met hogere herhalingen (6–8) met lichtere gewichten en geleidelijk toewerkt naar lagere herhalingen (1–3) met zwaardere gewichten. Binnen elk blok worden de gewichten wekelijks opgehoogd, zodat het lichaam eerst kan wennen en daarna wordt uitgedaagd. Bij de start van een nieuw blok ligt het gewicht net iets hoger dan in het vorige blok, waardoor de belasting trapsgewijs toeneemt zonder de belastbaarheid te overschrijden. Na 12 weken volgt vaak een ‘deloadfase’ van één tot twee weken met lage intensiteit en volume, waarin herstel, mobiliteit en techniek centraal staan. De intensiteit kan lineair worden verhoogd door elke week meer gewicht toe te voegen, maar veel powerlifters én coaches gebruiken liever de Rate of Perceived Exertion (RPE), letterlijk vertaald de mate van ervaren inspanning. Dit is een schaal van 1 (zeer licht) tot 10 (maximale inspanning), waarmee het trainingsgewicht wordt aangepast aan de belastbaarheid van de dag. Een groot voordeel van trainen op basis van RPE is dat op dagen dat de atleet minder sterk of belastbaar is, er minder wordt getild. Op betere dagen wordt juist meer gewicht getild om progressie te stimuleren. Een belangrijke valkuil is ‘overshooting’: een set inschatten als lichter dan hij werkelijk is. Dit gebeurt vaak door prestatiedrang of competitiviteit en leidt tot te zware belasting, verminderde techniek en een verhoogd risico op blessures en stagnatie.

Naast de drie hoofdonderdelen doen vrijwel alle powerlifters ook accessoire oefeningen om hun squat, bench press en deadlift te versterken of om hypertrofie van de spieren te stimuleren. Deze oefeningen zijn erop gericht om specifieke spiergroepen te isoleren, zodat zwakke punten binnen de powerlifting onderdelen gericht kunnen worden getraind. Voor de squat en de deadlift worden bijvoorbeeld oefeningen gedaan die de quadriceps en de posterieure keten versterken, zoals de leg extension, leg press of Romanian deadlift. Voor de bench press worden vaak oefeningen ingezet om de borst en triceps te ontwikkelen, zoals dumbbell press, dips of tricep extension. Door zwakke schakels afzonderlijk sterker te maken, kan de techniek verbeteren, neemt de stabiliteit toe en kan uiteindelijk meer gewicht in de hoofdonderdelen worden getild.

POWERLIFTING RECORDS
Om een indruk te krijgen waar men toe in staat is binnen het powerliften, toont Tabel 1 de wereldrecords van de International Powerlifting Federation (IPF) anno 2025 in de classic open klasse1. De IPF is de grootste op doping geteste powerliftingbond ter wereld. In de tabel staan de wereldrecords voor zowel de mannen als de vrouwen in de open leeftijdscategorie (23 jaar tot en met 39 jaar), in de zwaarste gewichtsklassen en in de -74 kg voor mannen en -63 kg voor vrouwen. Deze gewichtsklassen zijn gekozen om te tonen waar men maximaal toe in staat is en om een referentiekader te geven van wat een man of een vrouw met het wereldwijde gemiddelde lichaamsgewicht kan tillen.

TABEL 1. De wereldrecords van de International Powerlifting Federation (IPF) anno 2025 in de classic open klasse.
Bron: International Powerlifting Federation.

Blessures

Net als in andere sporten komen in het powerliften blessures regelmatig voor. Omdat de nadruk ligt op maximale kracht en explosieve bewegingen, worden powerlifters blootgesteld aan zeer hoge piekbelastingen. Dit kan leiden tot blessures, variërend van overbelasting van gewrichten en pezen tot acute spier- en peesrupturen. De systematische review van Aasa et al.2 uit 2017 rapporteerde voor powerlifters een blessure-incidentie van ongeveer 1,0–4,4 blessures per 1000 trainingsuren. In de cross-sectionele studie van Strömbäck et al.3 uit 2018 werd onder 104 Zweedse subelite-powerlifters een hoge prevalentie gevonden: 70 procent had een huidige blessure en 87 procent was in het afgelopen jaar geblesseerd. Wat betreft lokalisatie werden in de review van Aasa et al.2 vooral de onderrug en schouder genoemd, gevolgd door de knie en elleboog. Dit was zonder koppeling aan specifieke lifts. Strömbäck et al.3 rapporteerden de onderrug, het bekken, schouder en heup als meest getroffen regio’s, met het ontstaan van blessures vooral tijdens squat, bench press en deadlift. Vrouwen rapporteerden vaker nek- en thoracale klachten dan mannen. De narratieve review van Bengtsson et al.4 uit 2018 beschreef daarentegen vooral acute letsels uit case reports en case series, zoals pectoralis major-rupturen bij de bench press, quadricepsrupturen bij de squat en lage-rugletsels of meniscusletsels bij de deadlift. Daarnaast noemden ze ook zeldzame fracturen, zoals talusfracturen, acetabulum stressfracturen of cervicale clay-shoveler’s fracturen. Zulke acute letsels zijn echter zeldzaam in vergelijking met de veel vaker voorkomende chronische overbelastingsblessures. De geüpdatete systematische review van Tung et al. 5 uit 2024 bevestigde dat de onderrug, het bekken, de schouders en de ellebogen de meest voorkomende blessurelocaties zijn.

Conclusie

Powerlifting is een snelgroeiende krachtsport die door zowel mannen als vrouwen op alle niveaus wordt beoefend. De nadruk op maximale kracht en de daarmee gepaard gaande hoge piekbelastingen brengen een aanzienlijk risico op blessures met zich mee. Uit de literatuur blijkt dat dit vooral chronische overbelastingsblessures zijn; met name aan de onderrug, schouder en heup. Sekseverschillen zijn daarbij opvallend: mannen rapporteren vaker borst- en dijklachten, terwijl vrouwen relatief meer nek-, thoracale-, pols- of handklachten ervaren. Preventie richt zich op adequate techniek, een doordachte periodisering en het vroegtijdig herkennen van signalen van overbelasting, zodat escalatie kan worden voorkomen. Een multidisciplinaire benadering, waarin sportarts, fysiotherapeut en coach samenwerken, is essentieel om atleten duurzaam, veilig en maximaal te laten presteren.

Over de auteurs

Benjamin Groen is basisarts en powerlifter. In 2017 werd hij Nederlands kampioen powerliften in de -66kg subjunioren klasse. Na een paar jaar gestopt te zijn, heeft hij het powerliften weer opgepakt met als doel weer nationaal aan de top te komen en deel te kunnen nemen aan internationale wedstrijden. Art Asrian is huisarts en sinds 1999 actief als powerlifter en bankdrukker in wedstrijden. Hij is twintig jaar lang de bondsarts geweest bij de Koninklijke Nederlandse Krachtsport Federatie (KNKF). Zijn beste sportprestatie is een vierde plaats op het wereldkampioenschap equipped bankdrukken in de master I klasse in Zuid-Afrika (2023).

Bekijk de referenties bij dit artikel via onderstaande QR-code:

Lees het artikel als pdf:

Powerlifting: een snelgroeiende krachtsport onder de loep

Deel dit bericht via:

Vorig bericht

Onzichtbaar onder hoogspanning

Volgend bericht

Promotieonderzoek: Kunnen we blijven hardlopen?

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

* verplicht veld