InloggenLid worden
InloggenLid worden

Promotieonderzoek: Kunnen we blijven hardlopen?

Geschreven door: Floor Groot

22 mei 2026

Fysiotherapiewetenschapper en fysiotherapeut Thierry Franke onderzocht bij de afdeling Revalidatie, Fysiotherapiewetenschap en Sport in het UMC Utrecht hoe vaak hardlopers blessures oplopen en de effecten van onderbeencompressiekousen. Hij schrijft voor S&G over zijn studie, waarop hij op 1 april 2025 promoveerde.

Wie ben je?

‘Mijn naam is Thierry Franke, ik was werkzaam als fysiotherapeut gespecialiseerd in schouder- en knierevalidatie. Ik heb een master Fysiotherapiewetenschap aan de Universiteit Utrecht gevolgd en heb van 2017 tot en met 2025 onderzoek gedaan naar hardloopblessures en het effect van onderbeencompressiekousen vanuit de vakgroep sportgeneeskunde in het UMC Utrecht.

Waar werk je?

‘Momenteel werk ik als senior adviseur Zorg bij organisatieadviesbureau TwynstraGudde. Daar adviseer en begeleid ik zorgorganisaties en gemeenten bij samenwerkingsvraagstukken. Ook leid ik beleids- en evaluatieonderzoek voor onder andere het ministerie van VWS, ZonMw en het orginstituut Nederland.’

Wie waren je promotor(en)?

‘Mijn promotor was emeritus prof.dr. Frank Backx, sportarts en hoogleraar klinische sportgeneeskunde. Mijn copromotor was dr. Bionka Huisstede.’

Wat heb je onderzocht?

‘De aanleiding voor ons onderzoek was tweeledig: enerzijds een gebrek aan wetenschappelijk inzicht in het beloop van blessures bij halve en hele marathonlopers, Daarom voerden we twee prospectieve observationele cohortstudies uit: de Succes Measurement and Monitoring Utrecht Marathon (SUMMUM) studie 2016 en 2017. In deze studies volgden we halve en hele marathonlopers in de aanloop naar de marathon van Utrecht. De deelnemers rapporteerden periodiek hun gezondheid en eventuele blessures met behulp van de Nederlandse versie van de Oslo Sports Trauma Research Center (OSTRC)-vragenlijst. Anderzijds zagen we dat hardlopers veel gebruik maakten van preventieve maatregelen, waaronder onderbeencompressiekousen. We onderzochten het gebruik en de invloed hiervan. Dit deden we met 3 studies; een cross-sectionele studie, een systematische literatuurstudie en een target trial emulatie (een nabootsing van een RCT met data van een observationele cohortstudie). Target Trial Emulatie is een geavanceerde analysemethode waarbij observationele data worden gebruikt om de resultaten van een ideale, hypothetische gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT) zo goed mogelijk te simuleren.’

Wat zijn je belangrijkste conclusies?

‘Uit de SUMMUM-studies blijkt dat bijna 90 procent van de halve en hele marathonlopers in de aanloop naar een hardloopevenement te maken krijgt met gezondheidsproblemen in het algemeen en hardloopblessures in het bijzonder. De meest voorkomende hardloopblessures werden gerapporteerd aan het onderbeen en de knie. In de SUMMUM-2016-studie zagen we bovendien een duidelijke toename van griepgerelateerde klachten tijdens de griepepidemie van 2015–2016.

Ook onderzochten we de meeteigenschappen van de OSTRC-vragenlijst. Deze vragenlijst wordt veel gebruikt in de sportwetenschap, olympische programma’s en topsport. De vragenlijst is ontwikkeld om veranderingen in de impact van een blessure van een sporter te volgen aan de hand van de som van de scores op de vier meerkeuzevragen, oftewel de OSTRC-somscore. Om voor een sporter betekenisvolle verandering in de ernst van een blessure te kunnen meten over de tijd moeten de meeteigenschappen van de OSTRCsomscore aan bepaalde eisen voldoen. Zo moet onder andere het Minimaal Klinisch Relevante Verschil (MKRV) groter zijn dan het Kleinst Meetbare Verschil (KMV). Echter bij ons onderzoek vonden wij dat het KMV juist groter was dan de MKRV op individueel niveau. Daarom raden wij af om de OSTRC-somscore op individueel niveau te gebruiken. Op groepsniveau is de OSTRC-somscore wel geschikt om verandering in de impact van een blessure te meten. We adviseren om hierbij een MKRV van 18,5 punt te gebruiken. Inmiddels is er een geüpdatete versie van de OSTRC-vragenlijst gepubliceerd (Clarsen 2020 BJSM). Voor zover bij ons bekend, zijn de MKRV en het KMV van deze nieuwe versie nog niet onderzocht.

In deel twee gaan we verder met onderzoek naar de effecten van compressiekousen. Allereerst hebben we onderzocht waarom sporters compressiekousen gebruiken. Op basis van klinische ervaring vermoedden we dat de motivatie voor het gebruik van de kousen anders was dan de focus van wetenschappelijk onderzoek, dat vooral ging over prestatie en herstel. We hebben aan 512 sporters die compressiekousen gebruiken gevraagd waarom zij hun kousen dragen bij het sporten. Van deze groep was 88 procent (n=451) duursporter en 12 procent (n=61) was non-duursporter. 48 procent geeft aan dat zij hun kousen primair gebruiken voor het voorkomen van de terugkeer van eerdere blessures. De tweede meest genoemde reden was het verminderen van de klachten van een bestaande blessure (15 procent, n=74). Ook geven de sporters aan dat positieve effecten te ervaren zijn ten gevolge van het dragen van de kousen op blessurepreventie.

Deze resultaten laten een mismatch zien tussen praktijk en wetenschap. Hardlopers gebruiken onderbeencompressiekousen vooral met het oog op blessurepreventie, terwijl onderzoek zich voornamelijk richt op effecten op prestatie en herstel. Om een compleet beeld van de wetenschappelijke literatuur te krijgen over het effect van compressiekousen op het ontstaan van een onderste extremiteit blessure bij sporters hebben we een systematische literatuurstudie uitgevoerd. We vonden geen artikelen die direct het effect van kousen op blessure incidentie onderzochten. Via intermediaire uitkomstmaten (zoals ervaren vermoeidheid en biomechanische variabelen) hebben we gekeken of we hier een effect uit konden afleiden. We konden 23 studies includeren. De meta-analyses toonden geen verschil in vermoeidheid tussen compressiekousen en reguliere of placebosokken.’

Met deze mismatch tussen praktijk en wetenschap in gedachten hebben we ons laatste onderzoek uitgevoerd. We wilden het effect van de compressiekousen op de incidentie van onderste extremiteit sportblessures onderzoeken. Een RCT uitvoeren was niet haalbaar. Daarom kozen we voor een secundaire analyse van de data uit de SUMMUM-studie 2017. In deze analyse hebben we de zogeheten ‘target trial emulatie’ methodologie toegepast. Hiermee worden data uit een observationele studie gebruikt om een hypothetische RCT te beschrijven en een RCT en de uitkomsten zo goed mogelijk na te bootsen. Deze methodiek wordt steeds vaker toegepast en is geschikt om met ‘real-world’ data-analyses uit te voeren. We hebben in de analyse van onze target trial data van 329 halve- en hele marathonlopers onderzocht, waarvan 70 hardlopers (21 procent) compressiekousen gebruikten. Wij vonden geen verschil in blessureincidentie tussen de compressiekousgebruikers en de niet-compressiekousgebruikers odds ratio 1,1 (95 procent betrouwbaarheidsinterval 0,5 – 2,4).’

Hoe kunnen deze bevindingen worden toegepast in de praktijk?

‘Hardlopen is een veel beoefende sport. Naar schatting lopen meer dan 2 miljoen Nederlanders geregeld hard (VeiligheidNL 2017). Hardlopen is geassocieerd met positieve gezondheidseffecten, maar er zijn duidelijk ook risico’s, namelijk blessures. In de voorbereidingsperiode op een hardloopevenement krijgt bijna 90 procent van de hardlopers gezondheidsproblemen. Dit onderstreept het belang van blessurepreventie en van het tijdig signaleren van klachten, zodat verergering van blessures zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Dit proefschrift geeft inzicht in hoe blessures en ziektesymptomen bij halve en hele marathonlopers zich ontwikkelen over de tijd, nog voordat deze ‘time-loss’ veroorzaken. Time-loss verwijst naar een blessure of gezondheidsprobleem waarbij een sporter tijdelijk (gedeeltelijk of volledig) niet kan trainen of deelnemen aan wedstrijden als gevolg van die klachten.

Wij adviseren op basis van ons onderzoek terughoudend te zijn met het gebruik van de OSTRC-somscore om de impact van een blessure op individueel niveau te monitoren. Verder onderzoek naar de meeteigenschappen van de nieuwste versie van de OSTRC-vragenlijst kan inzicht geven in of deze versie wel bruikbaar is op individueel niveau. Op groepsniveau, zoals in wetenschappelijk onderzoek, is de vragenlijst verantwoord te gebruiken. Het gebruik van compressiekousen tijdens sporten nam eind 2008 een vlucht, nadat Bram Som ze tijdens het EK atletiek droeg. Sindsdien lijken compressiekousen een onverminderd populair hulpmiddel onder sporters. Vanuit een sociologisch paradigma zijn de ervaren effecten van de kousen van belang en worden positieve subjectieve resultaten gerapporteerd. Vanuit een medisch of evidence-based medicine paradigma is het van belang om ook meer inzicht te krijgen in de precieze fysiologische effecten van de compressiekousen en bijvoorbeeld de dosis-response relatie van de druk die ze geven. Hardlopers gebruiken onderbeencompressiekousen vooral voor blessurepreventie en -behandeling. We vonden geen bewijs voor de effectiviteit van de onderbeencompressiekousen op de incidentie van blessures van de onderste extremiteit bij sporters.’

Waarom heb je voor dit ontwerp van je kaft gekozen?

‘In de kaft zitten meerdere lagen van betekenis. De kaft is met behulp van Artificiële Intelligentie gemaakt. Ik had een beeld in mijn hoofd van benen van een hardloper die naar je toe rent en wilde er iets in verwerken van de aquarelschilderijen van mijn oma. Ik heb warme herinneringen aan haar en haar schilderijen. Ook wilde ik dat de hardloper op de voorgrond om één been een compressiekous zou dragen en om het andere been juist niet. Dit weerspiegelt de ambiguïteit rondom het gebruik van compressiekousen. Immers, er zijn veel hardlopers met positieve subjectieve effecten bij het dragen van de kousen en tegelijkertijd weten we nog zoveel niet. Er moet nog veel onderzoek naar gedaan worden.’

Wat vond je het meest bijzonder aan promoveren?

‘Ik heb mijn promotietraject als buitenpromovendus doorlopen. Ik ben me heel bewust van hoe afhankelijk ik was van de hulp van anderen. Nog het meest van alle deelnemers aan de verschillende onderzoeken; de halve en hele marathonlopers van de Utrecht Marathon 2016 en 2017 en ook de compressiekousgebruikers. En van mijn promotieteam. Mijn co-promotor was op een gegeven moment niet meer werkzaam bij het UMC en zij is mij wel blijven begeleiden en steunen gedurende het traject. Dat was voor mij bijzonder. De verdediging vond ik ook buitengewoon om te ervaren. Voorafgaand aan de verdediging hield ik een korte presentatie voor algemeen publiek. Om je partner, familie, vrienden en collega’s dan daar in de zaal te zien zitten om naar jou te luisteren was al een bijzondere ervaring. En toen moest de verdediging zelf nog beginnen.’

Wat zijn 3 tips voor de klinische praktijk naar aanleiding van jouw onderzoeken?

  1. Vroegtijdig attent zijn op hardloopblessures die kunnen ontstaan. Bijna alle hardlopers krijgen ermee te maken.
  2. Gebruik de OSTRC-somscore met name op groepsniveau om de impact van blessures te volgen en niet op individueel niveau.
  3. Hoewel veel hardlopers onderbeencompressiekousen gebruiken voor secundaire blessurepreventie en blessurebehandeling, is er weinig tot geen wetenschappelijke onderbouwing voor een positief of negatief effect van de kousen.

En wat zijn 3 uitdagingen – dingen die verder onderzocht moeten worden?

  1. Het ontstaan van hardloopblessures benaderd vanuit complexiteitsdenken in plaats van mono- en multifactoriële regressieanalyses. Artificial Intelligence kan hier mogelijk bij helpen. Het ontstaan van hardloopblessures is een complex samenspel van factoren en mono- en multifactoriële regressieanalyses hebben veel inzicht opgeleverd. Inmiddels is het tijd om een stap verder te gaan en de complexiteit van de echte wereld meer te vatten in de analyses.
  2. De meeteigenschappen van de bijgewerkte versie van de OSTRC-vragenlijst. Ik hoop dat deze nieuwe versie op individueel niveau nauwkeuriger de impact kan volgen van gezondheidsproblemen voor de individuele sporter.
  3. Het effect van onderbeencompressiekousen op blessure-incidentie. Dit proefschrift laat zien dat hierover nog zoveel onbekend is. Met behulp van een gerandomiseerde trial die ook aandacht heeft voor de dosis-response relatie van de compressiekousen.

Ga naar het proefschrift van Thierry Franke

Lees het artikel als pdf:

Promotie onderzoek kunnen we blijven hardlopen

Deel dit bericht via:

Vorig bericht

Powerlifting: een snelgroeiende krachtsport onder de loep

Volgend bericht

Tendotonometrie: zinvol bij de preventie van patellapees- en achillespees tendinopathie?

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

* verplicht veld