De opening van het congres werd verzorgd door een van de initiatiefnemers en dagvoorzitter Joost van Megen, die direct het gesprek op gang bracht met een quote van Albert Einstein: ‘Dancers are the athletes of God.’ Is een danser een atleet? Is dans topsport? Is dans überhaupt sport? Deze vragen kwamen aan bod en het antwoord bleek niet eenvoudig en eenduidig. Maar het gevoel dat er aan dansers unieke en specifieke eisen worden gesteld, werd door alle aanwezigen gedeeld. Joost introduceerde vervolgens bijzonder hoogleraar Janine Stubbe, lector Performing Arts Medicine bij kunstvakhogeschool Rotterdam Codarts, die de epidemiologie en etiologie van blessures in de danswereld besprak. Dansers trainen intensief: studenten gemiddeld acht uur per dag, professionals tot twaalf uur. De biomechanische belasting is hoog, wat het blessurerisico vergroot. In The Lion King loopt een danser per voorstelling 4,3 km, met een maximale hartslag van 192 bpm en een VO2-max vergelijkbaar met die van een profvoetballer. Blessurerisico’s zijn intrinsiek (flexibiliteit, eerdere blessures) of extrinsiek (repetitieve belasting, choreografie). Monitoring, zoals met de Performing Artist and Athlete Health Monitor (PAHM), helpt blessures te voorkomen.
Jonge danser
Revalidatiearts Anandi Felter en fysiotherapeut Iva Lešić namen het stokje over en gaven een inkijkje in de dagelijkse praktijk op de Nationale Balletacademie en het Lucia Marthas Institute for Performing Arts. De jonge danser en specifieke blessures, vooral aan de knie, stonden centraal in hun presentatie. De focus lag niet alleen op biomedische aspecten, maar ook op het biopsychosociaal model, waarbij het hele systeem rondom de danser belangrijk is voor herstel en preventie. Ze sloten af met een lesje ballettechniek, want basiskennis hiervan geeft dansers vertrouwen in hun behandelaar. Enerzijds omdat je daarmee ‘hun taal’ spreekt, anderzijds omdat je daarmee inzicht krijgt in compensatiemechanismen die mogelijk een rol spelen bij het ontstaan van blessures.
Hypermobiliteit
Fysiotherapeuten Benjamin Soerel, verbonden aan Codarts Rotterdam, en Menno de Vries, werkzaam voor het Nederlands Dans Theater, pleitten voor een multidisciplinaire aanpak bij blessures. Ze bespraken hypermobiliteit in dans en het gebrek aan wetenschappelijk bewijs over de relatie met blessures. Janine Stubbe stelde dat geen enkele test aantoont dat hypermobiliteit per definitie blessures veroorzaakt, wat leidde tot een mooie discussie over het tekort aan onderzoek en literatuur hierover in de dansgeneeskunde.
Orthopedisch chirurg Dr. Duncan Meuffels van het Erasmus MC besprak de specifieke afwegingen bij operatieve en conservatieve behandelingen voor dansers. Bij dansers worden medische beslissingen anders gewogen dan bij de algemene populatie. Waar een gescheurde achillespees normaalgesproken conservatief wordt behandeld, kies je bij een danser soms sneller voor operatief ingrijpen om invloed te houden op de lengte en functie van de pees. Het behandelteam moet steeds een balans vinden tussen medische noodzaak en de artistieke carrière en ambities van de danser.
Dag 2: Fysiologie en voeding
Na een mooie eerste cursusdag startten we zondagochtend met een lezing van hoogleraar Matthew Wyon, bewegingsfysioloog aan de Universiteit van Wolverhampton en een van de grondleggers van dance medicine. Hij doet al jaren uitgebreid onderzoek naar de impact van fysieke fitheid op de prestaties en gezondheid van dansers. In zijn presentatie ‘Relative Energy Deficiency in Dance’ besprak hij de gevolgen van onvoldoende energie-inname voor dansers en benadrukte hij het belang van een uitgebalanceerd dieet en een goed afgestemd trainingsprogramma. Sportartsen Willemijn Diemer (SMC Plemper en OLVG/Sportartsengroep) en Tom Brandon (SIM sportartsen), beiden met bijzondere interesse in de behandeling van dansers, zoomden in op de inspanningsfysiologie van dans en de danser. Ze behandelden onderwerpen zoals aerobe en anaerobe fitness en de verschillende manieren om dit te meten bij dansers.
Sportdiëtiste en voormalig danseres Karin Lambrechtse besprak de essentie van een adequate energie-inname voor dansers, waarbij niet alleen de kwantiteit maar ook de kwaliteit en het moment van inname van voeding een rol spelen. Dansers hebben vaak een verstoorde perceptie van hun lichaam, wat kan leiden tot een inadequaat voedingspatroon. Ze gaf een mooi voorbeeld van een praktisch voedingsadvies, waarbij op basis van dansintensiteit specifieke richtlijnen worden gegeven voor maaltijden en snacks.
Psychologie en mentale gezondheid
Mentale belasting is een significante risicofactor voor blessures, zo bleek uit de presentatie van Diana van Winden. Zij is sportpsycholoog met een eigen praktijk voor sporters en dansers en doet promotieonderzoek bij Codarts Rotterdam naar de mentale aspecten van (dans)blessures. Dansers begeven zich vaak in een omgeving waar fysieke perfectie en doorzettingsvermogen de norm zijn, wat kan leiden tot mentale druk en verhoogde kwetsbaarheid voor blessures. Uit metingen onder dansstudenten bleek dat 45 procent mentale klachten ervaart. Interventies zoals mindfulness, visualisatietechnieken en het stellen van realistische doelen kunnen bijdragen aan helpende copingmechanismen en het welzijn van dansers.
Rianne Peterson van Alliantie Dans Veilig besprak het rapport Schaduwdansen, waarin grensoverschrijdend gedrag in de Nederlandse danssector is onderzocht. Het rapport pleit voor een veilige werkomgeving en het creëren van een cultuur waarin grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar wordt. Dit leidde tot de oprichting van zeven expertgroepen die zich inzetten voor sociale veiligheid binnen de danssector.
Paneldiscussie en conclusie
Tijdens de afsluitende paneldiscussie bespraken dansers Gijs Hanegraaf en Tarek Rammo een groeiende behoefte aan kennis over gezondheid en welzijn in de danswereld. Dansers weten vaak niet waar te beginnen, dus pleitte Tarek voor meer integratie van gezondheidskennis in dansopleidingen. De discussie met het publiek benadrukte de noodzaak voor betere fysieke en mentale ondersteuning voor dansers en het belang van een goed netwerk. Gijs gaf aan dat het van meerwaarde is als een behandelaar zich echt verdiept in de wereld van de danser. Hij deelde zijn ervaring met ‘periodisatie’ – een methode die de trainingsintensiteit reguleert om overbelasting te voorkomen – als een creatieve en effectieve oplossing tijdens een blessureherstelperiode. Ze spraken ook over de ‘gouden kooi’ van het dansvak: de passie voor dans versus de fysieke en mentale uitdagingen. De belangrijkste take home message: wees creatief in het zoeken naar oplossingen, denk ‘out of the box’!
Wrap up: de eerste cursus Dance Medicine was waardevol voor iedereen die betrokken is bij de gezondheid en het welzijn van dansers. Het gebrek aan wetenschappelijk onderzoek, literatuur en data maakte duidelijk dat er ruimte is voor vooruitgang, maar ook dat zorgprofessionals de mogelijkheid hebben om deze ontwikkeling actief vorm te geven. Met gerichte kennis en aandacht voor de fysieke en mentale eisen kunnen we samen het verschil maken in de zorg voor dansers.
Over de auteur
Marise Ancher is coördinator van het Medisch Begeleidingsteam van Koninklijk Conservatorium Dans in Den Haag, waar zij zelf ooit de dansopleiding volgde. Ook werkte ze voor het Medisch Centrum voor Dansers & Musici en de Nederlandse Vereniging voor Dans- en Muziekgeneeskunde. Haar passie voor dans maakt dat ze graag haar steentje bijdraagt aan het verbreden en verdiepen van kennis en kunde op dit gebied.
Lees het artikel als pdf:

