Waar werk je momenteel?
‘Sinds eind 2017 werk ik als zelfstandig sportarts bij Ochre Health Medical Centres, een grote speler op het terrein van eerstelijns gezondheidscentra in Australië. Ik werk op 2 verschillende locaties in Canberra en elke twee weken doe ik ook één dag spreekuur in Wollongong. Begin 2015 ben ik met mijn gezin geëmigreerd naar Australië voor een gecombineerde baan als sportarts en onderzoeker op de afdeling sportgeneeskunde van het Australian Institute of Sport (AIS), het Nationale High-Performance trainingscentrum voor getalenteerde Australische olympische en paralympische atleten. Omwille van onverwachte bezuinigingen, het opheffen van de belangrijkste onderzoeksafdelingen en persoonlijke omstandigheden, besloot ik in 2017 om als zelfstandig sportarts in de privésector te gaan werken. Daarnaast heb ik nog een onbezoldigde aanstelling als Adjunct Associate Professor bij het University of Canberra Research Institute for Sport and Exercise (UCRISE).’
Waarom wilde je als sportarts in het buitenland gaan werken?
‘Ik ben opgegroeid in een klein dorp van ongeveer 1000 inwoners in Zeeuws-Vlaanderen vlakbij de havens van Antwerpen waar een aantal familieleden in de baggerindustrie werkten. Zij vertelden over hun werkgerelateerde reizen naar het Midden-Oosten. Dit is wellicht de reden dat ik sinds jonge leeftijd de behoefte heb om mijn horizon te verbreden en buiten de landsgrenzen van Nederland te kijken. Tijdens mijn studie Bewegingswetenschappen heb ik bijvoorbeeld een jaar gestudeerd aan Penn State University in de Verenigde Staten en tijdens mijn studie Geneeskunde heb ik stage gelopen bij Professor Tim Noakes aan het Sports Science Institute of South Africa in Kaapstad. In 2014 werd ik door een Nederlandse collega geattendeerd op bovengenoemde vacature bij de AIS in Canberra en ‘gezien mijn internationale interesse leek hem dat wel iets voor mij’. Binnen één week had ik een sollicitatiegesprek en kreeg ik een contract aangeboden. Mijn Zuid-Afrikaanse echtgenote en onze twee kinderen zagen het ook wel zitten om naar een zonniger land te verhuizen, dus toen hebben we gezamenlijk de knoop doorgehakt. Aangezien er veel overlap was in de opleidingen tot sportarts in Nederland en Australië, leek het in eerste instantie relatief eenvoudig om mijn erkenning als sportarts geregistreerd te krijgen in Australië. Er waren echter veel bureaucratische obstakels, maar met de ondersteuning van de Australian Sports Commission en de ACSEP (Australasian College of Sport & Exercise Physicians) kreeg ik uiteindelijk na 9 maanden mijn Australische erkenning als sportarts met het bijbehorende werkvisum en vaste verblijfsvergunning.’
Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor jou uit?
‘Meestal heb ik ochtendspreekuur tussen 8:30u en 12:30u, dan lunchpauze en ‘s middags weer spreekuur van 14:00u tot 16:30u. Ik zie veel patiënten met complexe en chronische pijnklachten die niet reageren op standaard fysiotherapeutische of medicamenteuze behandeling of waarbij operatief ingrijpen niet geïndiceerd is. Voor nieuwe patiënten reserveer ik over het algemeen 45 minuten, voor controles of interventies staat standaard 30 minuten gepland. Ik heb de beschikking over een klinisch-diagnostisch echoapparaat en doe tamelijk veel (echogeleide) injectie behandelingen. Maandelijks is er radiologieoverleg met andere sportartsen, revalidatieartsen en radiologen. Ik ben ook de sportarts voor een groep getalenteerde elite midden- en lange afstand atleten van Team Telford. En tweewekelijks heb ik overleg met de hoofdcoach.’
Hoe is de sportgeneeskunde georganiseerd in jouw huidige werkomgeving?
‘Een deel van de sportartsen werkt parttime bij een sportbond of professionele rugby of Australian rules Football League (AFL) club, maar het merendeel werkt als zelfstandige sportarts in een eigen (groeps)praktijk of een ZBC-omgeving. Veel sportartsen werken samen met een orthopedisch chirurg en assisteren één of twee dagen per week bij orthopedische ingrepen, vaak ook als aanvulling op hun inkomen.’
Wat zijn de grootste verschillen tussen sportgeneeskunde in Nederland en in het land waar je nu werkt?
‘Door de beperkte financiering van de sportgeneeskunde vanuit de nationale zorgverzekering (Medicare) zijn er vrijwel geen sportartsen in Australië die in een ziekenhuisomgeving werken. Er zijn derhalve weinig samenwerkingsverbanden met oncologen, cardiologen of longartsen. De inspanningsdiagnostiek en het begeleiden/ trainen van chronische zieken wordt veelal gedaan door bewegingswetenschappers (Accredited Exercise Physiologists) aangezien hier wel een vergoedingsstructuur voor bestaat. De meeste Australische sportartsen hebben dan ook weinig klinische ervaring met het interpreteren van spiroergometrie onderzoeken en inspannings-ECG’s. Als een patiënt wordt doorverwezen door een huisarts, dan wordt een deel van het sportmedisch consult vergoed vanuit Medicare, maar 75-80 procent van de kosten betaalt de patiënt meestal zelf (‘out-of-pocket’). Dat geldt trouwens ook voor een bezoek aan de meeste andere specialismen die vanuit een privépraktijk werken.’
Heb je te maken met andere typen blessures of aandoeningen dan in Nederland?
‘Rugby en AFL zijn de belangrijkste contactsporten hier, dus ik zie hier vaker schouderdislocaties, slecht-helende botbreuken (mal-unions) en hersenschuddingen dan in Nederland. Vanwege het klimaat zie ik hier ook vaker hittestress gerelateerde aandoeningen. Door de geografische ligging en het feit dat Australiërs reislustig zijn, moet je hier wat alerter zijn op bepaalde tropische ziekten en zeldzame virale aandoeningen zoals het Ross River virus.’
Werk je vooral met topsporters, amateursporters of een mix?
‘De meeste topsporters in Canberra hebben toegang tot de (gratis) medische faciliteiten van de AIS of hun clubarts, dus ik zie vooral recreatieve sporters (van 7-70 jaar) en patiënten van alle leeftijden met chronische musculoskeletale / myofasciale pijnklachten of inspanningsintolerantie als gevolg van een post-viraal syndroom (ME/CFS, MCAS, POTS, Long-COVID). Daarnaast zie ik veel ‘Workers Compensation’ patiënten die geblesseerd zijn geraakt tijdens het uitoefenen van hun beroep en waarbij de ongevallenverzekering in principe de behandelingskosten dekt.’
Wat was een bijzondere of uitdagende casus die je hebt meegemaakt?
‘Dat was een veertigjarige patiënt met sinds twintig jaar chronische hersenmist en onverklaarde duizeligheidsklachten die optraden wanneer hij langer dan vijftien minuten in zijn sportauto reed. Hij had zeker vijftien andere specialisten gezien die geen verklaring konden vinden voor zijn klachten. In samenwerking met een musculoskeletale radioloog, kwamen we erachter dat zijn klachten werden veroorzaakt door een zogenaamd bilateraal Eagle syndrome, ook wel stylohyoid syndroom genoemd. Hierbij is sprake van een abnormaal lange processus styloideus, wat compressie geeft van de vena jugularis internus en leidt tot intermitterende verhoogde hersendruk. Het kostte behoorlijk wat moeite om de KNO-artsen hiervan te overtuigen, maar na operatieve verwijdering van de linker- en rechterprocessus styloideus in een ziekenhuis in Sydney is deze man nu volledig klachtenvrij.’
Wat is je meest memorabele (buitenland)ervaring tot nu toe?
Mijn meest memorabele buitenlandervaring tot nu toe is mijn bezoek aan het jaarlijkse 4-daagse Australische WOMADelaide muziek en dansfestival. Dit evenement onderscheidt zich door een indrukwekkende culturele rijkdom. Hierbij brengen artiesten uit alle windstreken traditionele en moderne wereldmuziek samen in een sfeer van wereldwijde verbondenheid. Bovendien vormt het schilderachtige Botanic Park een magisch decor, waar eeuwenoude vijgenbomen en kunstinstallaties een ongeëvenaarde zintuiglijke ervaring in een ontspannen, groene omgeving creëren.
Welke lessen heb je geleerd van het werken in een andere cultuur of zorgsysteem?
1. Onafhankelijk van waar je werkt in de wereld, neem als dokter altijd de klachten van de patiënt serieus, ook al kun je deze niet meteen duiden.
2. Sta open voor nieuwe ideeën of benaderingen van collega’s binnen en buiten je eigen vakgebied, ook als deze niet meteen overeenkomen met wat je hebt geleerd tijdens je opleiding.
3. Je bent nooit te oud om te leren van ervaringen van anderen.
4. Wees bescheiden en realiseer je dat je als Nederlander gauw als zeer direct of onbeleefd overkomt.
Hoe zie je je toekomst: blijf je in het buitenland, of keer je terug naar Nederland?
‘Aangezien mijn 2 jongvolwassen kinderen (voorlopig) nog studeren en werken in Australië, heb ik op het ogenblik geen concrete plannen om terug te keren naar het bewolkte en natte Nederland. Vanuit professioneel oogpunt heb ik op momenteel veel vrijheid, een goede work-life balance en een uitstekend salaris, maar soms mis ik wel het multidisciplinair werken in een ziekenhuisomgeving. Een reden om terug te keren naar Nederland zou zijn om voor mijn hoogbejaarde ouders te zorgen, mochten ze dit zelf niet meer kunnen. Dit is een veelvoorkomend dilemma dat vaak speelt bij immigranten in Australië en een van de grootste nadelen wanneer je naar de andere kant van de wereld verhuist.’
Heb je tips voor collega-sportartsen die ook in het buitenland willen werken?
1. Oriënteer je van tevoren goed of de Nederlandse specialistenopleiding tot sportarts wordt erkend in het land waar je overweegt te gaan werken en of je nog bepaalde examens moet afleggen en onder supervisie moet werken. In Australië zijn bijvoorbeeld de regels aangescherpt en buitenlandse specialisten dienen nu vrijwel altijd een (behoorlijk pittig) examen te doen.
2. Zoek een lokale werkgever die je werkvisum kan sponsoren en die je kan ondersteunen met de papieren rompslomp. Aangezien in Australië de sportgeneeskunde niet gefinancierd wordt vanuit de publieke gezondheidszorg is het op het ogenblik voor potentiële werkgevers erg lastig om het financiële plaatje voor een buitenlandse sportarts rond te krijgen.
3. Informeer of je partner ook mag werken en of eventuele kinderen gratis toegang hebben tot het publieke onderwijs onder je werkvisum-condities.
4. Trek minimaal 12-15 maanden uit en zeg je huur en baan pas op en verkoop pas je eigen woning nadat je werkvisum door de autoriteiten is afgegeven.
Lees hieronder het artikel als pdf:

