Bloem verwijst naar een Amerikaanse studie waarin patiënten met Parkinson zes maanden lang trainden op verschillende inspanningsniveaus. De groep die trainde op ongeveer 80 procent van de maximale hartfrequentie liet de beste resultaten zien. Daarmee is het een van de eerste studies die suggereert dat trainingsintensiteit daadwerkelijk verschil kan maken.
Voorzichtigheid geboden
Tegelijkertijd is volgens Bloem voorzichtigheid geboden. Nieuw dieronderzoek wijst erop dat extreem intensieve training mogelijk leidt tot meer ontstekingsreacties in de hersenen. ‘Ik denk dat intensiteit ertoe doet en waarschijnlijk nuttig is. Maar overdoseren is vermoedelijk niet verstandig.’
Sportarts vooral belangrijk bij complexe patiënten
Niet iedere patiënt met Parkinson heeft een sportarts nodig, benadrukt Bloem. Toch ziet hij een duidelijke rol voor de sportarts wanneer bewegen ingewikkelder wordt. ‘Bij hardnekkige blessures, blessurepreventie of patiënten met complexe comorbiditeit kan de sportarts echt meerwaarde bieden’, aldus Bloem. Ook sportarts Rob Vesters ziet een belangrijke taak voor de sportgeneeskunde bij het objectiveren van belastbaarheid, het begeleiden van trainingsopbouw en het voorkomen dat patiënten juist te veel of te weinig doen.
Beweging afgestemd
Volgens Vesters geldt voor mensen met Parkinson in grote lijnen hetzelfde als voor andere sporters: beweging moet voldoende uitdagend zijn, maar wel afgestemd op de individuele mogelijkheden. Daarnaast onderstreept Bloem het belang van krachttraining. Mensen met Parkinson verliezen relatief veel spiermassa, waardoor dagelijkse handelingen zoals opstaan uit een stoel of uit bed komen moeilijker worden. Gerichte training van de beenspieren en rompspieren kan daarbij helpen.
Bewegen om gezondheid levenslang te behouden
Bloem plaatste de discussie uiteindelijk in een breder maatschappelijk perspectief. Hij waarschuwde voor de afnemende bewegingsactiviteit onder kinderen en de bezuinigingen op bewegingsonderwijs. Volgens hem is bewegen niet alleen een belangrijk onderdeel van behandeling, maar ook van preventie. ‘Er komt gewoon een pandemie aan van ongezonde kinderen.’
Die boodschap sluit volgens zowel Bloem als Vesters naadloos aan bij de sportgeneeskunde: bewegen is niet alleen een middel om prestaties te verbeteren, maar ook om ziekte te voorkomen en gezondheid levenslang te behouden.
Vesters vatte de kern van de boodschap eenvoudig samen: ‘Je moet bewegen.’ Volgens hem is de uitdaging niet zozeer óf mensen met Parkinson moeten bewegen, maar hoe zij dit op een veilige, haalbare en duurzame manier kunnen inpassen in het dagelijks leven.
Beluister de Sportmedische Podcast 'Parkinson: bewegen als medicijn - deel 2


