InloggenLid worden

Naar grote hoogte met een chronische aandoening

Geschreven door: Marieke van Vessem

10 november 2025

Van een wandeling door de Dolomieten, tot een wintersportvakantie in de Alpen of een trekking naar Everest Basecamp. De bergen zijn een populaire bestemming: het hele jaar door trekken veel liefhebbers naar grote hoogtes. Sommige bergsporters hebben een chronische aandoening. In hoeverre is het veilig voor hen om op hoogte actief te zijn?

De cijfers

De Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) telt momenteel zo’n 75.000 leden. Ongeveer een op de vijf is ouder dan 60 jaar. In 2022 had 59 procent van de Nederlandse bevolking een chronische aandoening1. De prevalentie neemt toe met de leeftijd: in de groep 60-64 jaar is dit percentage 78 procent. 55 procent van de mensen met een chronische aandoening heeft meerdere aandoeningen.

Maar gaan mensen met een chronische aandoening ook naar hoogte? In 2016 onderzocht Keyes et al. de demografische
kenmerken en gezondheidsstatus van 670 trekkers die onderweg waren naar Everest Basecamp2. Zij vonden dat 47 procent van de trekkers ouder was dan 50 jaar en 15 procent ouder dan 60 jaar. 33 procent van de trekkers had een medische aandoening, waarbij hypertensie (9 procent), hypercholesterolemie (8 procent), migraine (6 procent), schildklierpathologie (6 procent) en astma (5 procent) het meest voorkwamen. De combinatie van hoogte en een chronische aandoening kan een negatief effect hebben op de veiligheid en fysieke prestaties.

Fysiologische veranderingen op hoogte

Op hoogte daalt de atmosferische druk, waardoor de partiële zuurstofdruk afneemt en daarmee de inspiratoire zuurstofdruk (PiO2). Zo is de PiO2 op 1500 meter circa 84 procent van die op zeeniveau, en op 5500 meter nog slechts 52 procent. De daling in PiO2 leidt tot een daling in zuurstofsaturatie. In een veldstudie prikten Grocott et al. arteriële bloedgassen bij vier klimmers op 8400 meter hoogte, vlak onder de top van de Mount Everest3. De gemiddelde arteriële zuurstofverzadiging was slechts 54 procent. Om met deze hypoxische omstandigheden om te kunnen gaan, moet het lichaam acclimatiseren. Dit vindt plaats op pulmonaal, cardiovasculair, hematologisch en musculair niveau. Chronische aandoeningen en medicatiegebruik kunnen deze processen beïnvloeden.

Met een chronische aandoening naar hoogte

De kennis over de interactie tussen chronische aandoeningen en hoogte is grotendeels gebaseerd op expert opinion. De beschikbare studies zijn meestal kleinschalig en uitgevoerd onder ongecontroleerde omstandigheden. Toch kun je als (sport)arts een inschatting maken aan de hand van een aantal vragen om te beoordelen of een patiënt problemen kan verwachten op hoogte:

  • Zullen de onderliggende aandoening en/of de klachten op hoogte verergeren?
  • Zal er extreme hypoxie ontstaan?
  • Is het risico op hoogteziekte verhoogd?
  • Zal de inspanningstolerantie verlaagd zijn?

Daarnaast is het essentieel om de omstandigheden waarin de patiënt zich op hoogte begeeft in kaart te brengen:

  • Wat gaat iemand doen en op welke hoogte? Een rit met de kabelbaan kent andere risico’s dan een meerdaagse tocht te voet. Wat is de intensiteit, duur en frequentie van de activiteit?
  • Wat zijn de verwachte weersomstandigheden? De temperatuur kan invloed hebben op medicatie. Denk bijvoorbeeld aan het bevriezen van ampullen.
  • Is medische hulp beschikbaar? En hoe snel kan die bereikt worden bij slecht weer of een noodgeval? Veel mensen onderschatten hoe beperkt en vertraagd medische hulp in de bergen kan zijn.
Alpiene vaardigheden op de gletsjer

Casus 1: 64-jarige vrouw met COPD Gold III, emfyseem en ernstige hyperinflatie

Mevrouw is naar de sportarts verwezen door de longarts met de vraag of zij veilig naar hoogte kan reizen. Zij wil graag haar
kleinkinderen bezoeken in Oostenrijk. Hoewel ze vooral in het dal op 750 meter verblijft, wil ze hen ook zien skiën. Ze wil met
de auto naar 1200 meter rijden, vanwaar ze de kabelbaan naar 2500 meter neemt. Op zeeniveau is er sprake van dyspneu d’effort. Tijdens vliegreizen gebruikt ze een draagbare zuurstofconcentrator, waarmee haar saturatie boven de 90 procent blijft.
Haar longfunctie is beperkt. Ze heeft een FVC van 2,16 liter (74 procent), FEV1 0,66 liter (28 procent) en een verlaagde diffusiecapaciteit van 59 procent. Twee jaar geleden was haar maximaal behaalde wattage bij de inspanningstest 72 Watt en VO2max 17,6 ml/min/kg (61 procent van voorspeld). Er was sprake van een pulmonale beperking met een perifere
desaturatie tot 94 procent en een expiratoire flowlimitatie.

Beoordeling:

1. De dyspneuklachten zullen toenemen op hoogte door de lagere zuurstofdruk.
2. De zuurstofsaturatie zal dalen en er zal waarschijnlijk hypoxie ontstaan als zij naar 2500 meter gaat.
3. Het risico op hoogteziekte is verhoogd bij COPD.
4. De inspanningscapaciteit is al verlaagd op zeeniveau en neemt verder af op hoogte.

Advies:

Gezien de ernst van de COPD is het niet aan te raden om boven de 2500 meter te komen. Er blijkt een mogelijkheid te zijn om
de kleinkinderen op een lagere hoogte te zien skiën, dit heeft sterk de voorkeur. Het is belangrijk om zware inspanning en langdurig verblijf op hoogte te vermijden. Daarnaast is het verstandig om een saturatiemeter mee te nemen, maar let op: kou kan de werking verstoren. Op hoogte zal zuurstoftoediening noodzakelijk zijn, aangezien zij ook in het vliegtuig zuurstof nodig had om een adequate zuurstofsaturatie te behouden. Een vliegtuig vliegt op 10.000 tot 14.000 meter hoogte, waarbij de cabinedruk overeenkomt met 1800 tot 2400 meter. Het is verstandig om met zuurstoftoediening te starten vanaf 1200 meter, bij vertrek met de kabelbaan. De flow wordt in rust op stand 2 gezet (zoals in het vliegtuig) en op stand 4 tijdens inspanning. Het is belangrijk dat de draagbare zuurstofconcentrator volledig is opgeladen en voldoende capaciteit heeft om twee keer zo lang gebruikt te worden als dat nodig is – dit biedt ruimte bij noodgevallen. Op hoogte kan het flink afkoelen, zeker in de winter. De draagbare zuurstofconcentrator die wordt gebruikt heeft een minimale gebruikstemperatuur van 5 °C. Volgens de fabrikant geeft het apparaat na 30 minuten onder deze temperatuur aan dat het niet goed meer functioneert. Hier dient rekening mee te worden gehouden.

Casus 2: 48-jarige man met astma en ernstige persisterende obstructie

Meneer wordt door de longarts verwezen naar de sportarts voor uitleg over zijn aandoening in relatie tot hoogte. Hij merkt een beperkte belastbaarheid en toenemende medicatiebehoefte op zeeniveau. Een geplande reis naar Ecuador werd afgeraden vanwege de hoogte. Afgelopen winter was hij op wintersport tot 2800 meter, maar op 2200 meter kreeg hij al veel last van dyspneu. Hij heeft een obstructieve longfunctie (FEV1 1,67 liter, 44 procent) zonder diffusiestoornis. Zijn maximaal behaalde wattage bij de inspanningstest is 223 Watt (85 procent van voorspeld) en zijn VO2max is 33,7 ml/min/kg (86 procent van voorspeld). Er is sprake van een pulmonale beperking op basis van een expiratoire flowlimitatie.

Beoordeling:

1. Over het algemeen verergert astma niet op hoogte, mits stabiel. Dit komt doordat er minder allergenen zijn en een lagere luchtweerstand is. Tegelijkertijd kunnen kou, het verhoogde ademminuutvolume en luchtverontreiniging (bijvoorbeeld door een kampvuur) klachten uitlokken.
Bij deze patiënt zal het verhoogde ademminuutvolume op hoogte leiden tot een pulmonale beperking gezien de expiratoire flowlimitatie. Dit merkte hij ook al tijdens de wintersport.
2. Afhankelijk van de hoogte is hypoxie mogelijk, zeker ten tijde van een exacerbatie.
3. Het risico op hoogteziekte is verhoogd indien er hypoxie optreedt. Astma zelf leidt niet tot een verhoogd risico op hoogteziekte.
4. De inspanningscapaciteit is redelijk op zeeniveau, maar zal afnemen op hoogte.

Advies:

Aangezien de klachten op 2200 meter ontstonden, is het verstandig om onder die hoogte te blijven. Bij inspanning stijgt het ademminuutvolume verder en zal hij eerder beperkt worden door de expiratoire flowlimitatie. Om deze reden is het verstandig om op hoogte niet intensief in te spannen. Het is te overwegen om te starten met ademtherapie gezien de dynamische hyperinflatie. Verder dient de astmamedicatie gecontinueerd te worden op hoogte. Het is belangrijk om de inhalers warm en droog te bewaren en noodmedicatie mee te nemen.

Advies op maat

Steeds meer mensen met chronische aandoeningen trekken de bergen in om te sporten en te verblijven op hoogte. Als (sport)arts kun je hierin het verschil maken door gericht, onderbouwd advies te geven. Door het combineren van kennis over pathologie, fysiologie op hoogte en praktische omstandigheden, help je patiënten verantwoord en veilig te genieten van hun bergavontuur.

Referenties

Ga naar de referenties

Medische adviezen

De medische commissie van de internationale koepelorganisatie voor bergsportverenigingen (UIAA, Union Internationale des Associations d’Alpinisme) heeft meerdere medische adviezen opgesteld. Deze adviezen kunnen gebruikt worden bij het beoordelen van patiënten die naar hoogte willen.

Over de auteur

Marieke van Vessem werkt sinds 2024 als sportarts in het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven. Ze is gespecialiseerd in bergsportgeneeskunde en beweegzorg voor chronisch zieken. Sinds 2014 is ze lid van de medische commissie van de NKBV. Vanaf 2015 vertegenwoordigt zij Nederland in de medische commissie van de UIAA waar ze momenteel werkt aan een project voor medische adviezen voor oudere bergsporters. Daarnaast is zij instructeur bij Outdoor Medicine en begeleidde ze diverse expedities op afstand. Belangenverstrengeling: Marieke ontvangt als instructeur van de Mountain Medicine cursus van Outdoor Medicine een vrijwilligersvergoeding.

Lees het artikel als pdf:

Deel dit bericht via:

Vorig bericht

Samenvatting: How to Test the On-Ice Aerobic Capacity of Speed Skaters?

Volgend bericht

Groetjes uit… Dublin