“Alleen (sport)artsen die een grens trekken kunnen dopingcultuur veranderen!”

Vereniging voor Sportgeneeskunde onderstreept belang van verankeren van bestaande dopinggedragsregels bij (para)medici

‘Waar winst te halen is, wordt vals gespeeld’, is een veel gehoorde oneliner over met name wielrennen deze dagen. Aanleiding hiervoor is het verschijnen van het eindrapport van de Commissie Anti-Doping Aanpak en nieuws rondom dopinggebruik in de voormalige Raboploeg. De Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) vindt dat haar dopinggedragsregels voor artsen die sporters begeleiden status moeten krijgen. Alle (para)medici die sporters begeleiden zouden verplicht gesteld moeten worden zich te conformeren aan deze gedragsregels.  Daarnaast zou de sportwereld alleen nog met gecertificeerde (para)medici mogen werken. Alleen dan kunnen grote stappen gemaakt worden in de strijd tegen doping.

In de dopinggedragsregels die de VSG al in 1995 invoerde staat onder andere dat de arts die in de begeleiding van sporters geconfronteerd wordt met het gebruik van dopinggeduide middelen zonder medische indicatie, de sporter het gebruik van deze middelen moet ontraden. Op dit moment onderschrijven alleen de artsen die VSG-lid zijn dat ze zich aan de dopinggedragsregels houden. De overige artsen die sporters begeleiden conformeren zich niet bewust aan deze gedragsregels.

Om de betrokkenheid van (para)medici bij dopinggebruik onder sporters te verminderen stelt de VSG twee mogelijkheden voor die grote kansen bieden. Een mogelijkheid is om de dopinggedragsregels onderdeel te laten uitmaken van de geldende SCAS-certificering voor (para)medische begeleiders van sporters. In 2000 heeft de Stichting Certificering Actoren in de Sportgezondheidszorg voor (para)medici die zich bezig houden met de begeleiding van sporters kwaliteitscriteria en een bijbehorende certificeringsstructuur ontworpen. Door de dopinggedragsregels uit de ‘Richtlijnen voor artsen omtrent Sportmedisch Handelen’ van de VSG toe te passen binnen deze certificeringsstructuur  kan de grip op de (para)medische begeleiding op het gebied van doping van sporters worden vergroot. Het beleid van de VSG is dat sportartsen samenwerken met SCAS-gecertificeerde (para)medici. Als de sportwereld ook het beleid gaat voeren dat sportmedische begeleiding alleen mag worden uitgevoerd door sportartsen en gecertificeerde (para)medici en daarop gaat toezien, dan betekent dit dat sporters worden begeleid door deskundige en gekwalificeerde mensen die onder andere op het gebied van doping specifieke gedragsregels hebben onderschreven en daarop aangesproken kunnen worden.

Een andere mogelijkheid is het terugbrengen van de verwijzing naar de sportmedische gedragsregels in de gedragsregels van de landelijke artsenfederatie KNMG(Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst). Daarmee worden de sportmedische gedragsregels, ook die ten aanzien van doping, geldig voor alle artsen.

De dopinggedragsregels maken onderdeel uit van de ‘Richtlijnen voor artsen omtrent het sportmedisch handelen’ van de VSG. Dit is een set gedragsregels voor artsen die sporters behandelen en begeleiden en die te maken (kunnen) krijgen met specifieke situaties zoals doping, belangstelling van de media, grote financiële belangen van de sportbeoefenaars en –clubs, enz. Vaak worden van artsen in de sport handelingen verwacht die anders zijn dan in de geneeskunde gebruikelijk is. De ‘Richtlijnen voor artsen omtrent het sportmedisch handelen’ vormen daarbij een goede basis waarop men kan terugvallen.