Wat is Sportgeneeskunde?Vanaf 1976 worden in Nederland sportartsen opgeleid. Tien jaar later, in 1986, werd sportgeneeskunde door het College voor Sociale Geneeskunde erkend als officiële tak van de sociale geneeskunde. De VSG heeft destijds voor sociale geneeskunde gekozen onder meer vanuit de visie dat inactiviteit schadelijk was voor de gezondheid en dat gezonde mensen patiënten, mede in het kader van collectieve preventie, gestimuleerd moesten worden om te gaan en te blijven bewegen. Vandaag de dag laat sportgeneeskunde zich in algemene zin als volgt karakteriseren;
- Sportgeneeskunde is een beroepsuitoefening en, in tegenstelling tot wat eerder werd gesteld, (definitie Jongbloed en Jongh, 1955) niet primair een wetenschappelijke discipline. Bij sportgeneeskunde gaat het om verlenen van zorg. Wel is deze zorg met wetenschappelijk onderzoek onderbouwd.
- Sportgeneeskunde richt zich op sport en bewegen. Sport is vooral georganiseerd en heeft competitiekenmerken, terwijl bewegen kan bestaan uit een sportieve activiteit die vrijblijvender is en meer gericht is op plezier en ontspanning. Sport en bewegen kunnen een doel op zich zijn; ze kunnen ook een middel zijn ter bevordering van de gezondheid.
- De problemen die de sportgeneeskunde aanpakt zijn problemen in relatie tot de praktijk van sport en bewegen. Sportgeneeskunde is niet ingericht langs één afzonderlijke (medische) discipline. Het is een ‘horizontaal’ specialisme, dat problemen moet oplossen die zich niet beperken tot één orgaansysteem.
- Sportgeneeskunde staat in functie van een door de sporter gewenste mate/intensiteit van sporten/bewegen. Het gaat dan om het verbeteren van de belastbaarheid in relatie tot de belasting. Deze verbetering gaat verder dan het hervatten van de algemene dagelijkse bezigheden. De functie vooronderstelt zowel expertise over de belastbaarheid (en dus ook over de invloed die het medische probleem hierop heeft) als over de specifieke belasting. Het fysische diagnostisch onderzoek van de sportarts houdt dus uitdrukkelijk rekening met het gewenste belastbaarheids- en sportniveau dat bereikt moet worden.
Huidige omschrijving van het vak
Sportgeneeskunde is het medisch specialisme dat zich richt op het bevorderen, waarborgen en herstellen van de gezondheid van deelnemers aan sport en sportieve activiteiten, waarbij rekening gehouden wordt met de sportspecifieke belasting en belastbaarheid (vastgesteld door de ledenvergadering van de VSG op 19 juni 2001).
Overwegingen om bovenstaande omschrijving aan te passen
Een aantal overwegingen vormen de grondslag voor het aanpassen van de huidige omschrijving sportgeneeskunde:
- Uit een enquête die in 2003 werd gehouden onder sportartsen en sportartsen in opleiding (respons 52%) blijkt dat de sportgeneeskundige werkplek voor de sportarts als belangrijkste werkplek wordt gezien (versus het SMA). Met name op deze locatie wordt naast de bekende kerntaken, revalidatie door sport en bewegen genoemd als taak van de sportarts.
- De Commissie Wetenschap Sportgeneeskunde (advies oktober 2003) vindt dat de oude werkdefinitie sportgeneeskunde een duidelijke beperking oplevert wat het wetenschapsdomein betreft die naar de mening van de commissie zou moeten worden bestreken. De volgende onderzoeksthema’s zouden naar de mening van de commissie voor de sportgeneeskunde prioriteit moeten hebben:
- Surmenageletsels, diagnostiek en therapie,
- Inspanningsgebonden diagnostiek en therapie,
- Chronisch zieken en bewegen en sport,
- Organisatie van sportgezondheidszorg.
- Uit de praktijk en uit ervaringen van de sportartsen blijkt een wens tot aanpassing van de huidige definitie sportgeneeskunde.
- Er lijkt een vraag te ontstaan in de zorg (intramuraal) waar juist de sportarts als expert op het gebied van inspanning, geneeskunde en gezondheid, een waardevolle functie kan hebben.
Voorgestelde aanpassing van de omschrijving
De ‘tools’ van de sportarts (consult, sportmedisch onderzoek etc) zijn hetzelfde maar de doelgroep verschilt. De omschrijving van sportgeneeskunde moet dan ook luiden:
Sportgeneeskunde is het medisch specialisme dat zich richt op het bevorderen, waarborgen en herstellen van de gezondheid van (potentiële) deelnemers aan sport en sportieve activiteiten. Ook richt het zich op het bevorderen, waarborgen en herstellen van de gezondheid van mensen met chronische aandoeningen door sport en bewegen. Bij beiden wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de sportspecifieke belasting en belastbaarheid.