vsg
VSG richtlijnen
Vereniging



Over de VSG
  Algemene informatie
  Structuur
  Voor wie?
  Doelstelling
  Beleid
  Bestuur
  Lid worden
  TulipMed Prijs voor Sportgeneeskunde
  Reijs Lecture
  Contact & route
Actueel
  Nieuws
Jaarboek Sportgeneeskunde
Jaarcongres
Kennis Transfer Sportgezondheidszorg(KTS)
Sportgeneeskunde
  Wat is sportgeneeskunde?
  De sportarts
  Sportmedische Instellingen
  Opleiding en scholing
  Vergoedingen
Kwaliteitsvisitaties
Agenda
Vacatures
Publicaties
Klachtenregeling sportgeneeskunde
Richtlijnen
  VSG richtlijnen
  Externe richtlijnen
Projecten
Webwinkel
Wetenschappelijk tijdschrift
Accreditatie
Persinformatie sportgeneeskunde
Links
Huisartsen
Inloggen
 
Printversie
Richtlijnen
Hieronder vindt u de richtlijnen. Conceptrichtlijnen zijn alleen voor VSG-leden te raadplegen op het besloten deel van de website.

Mono-disciplinaire richtlijn Patellofemoraal pijnsyndroom

De patella is het grootste sesamoïde bot in het lichaam. Het beschermt de knie tegen direct trauma en werkt als een hefboom voor de quadricepspees. Het zorgt voor een 50% toename van de extensiekracht en het stabiliseert de patellapees.

[top]

Mono-disciplinaire richtlijn Het mediaal tibiaal stress syndroom bij sporters

Het Ministerie van VWS heeft een aantal jaren geleden besloten prioriteit te geven aan het opstellen van richtlijnen in de sportgezondheidszorg. Dit was voor de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) de aanleiding om het initiatief te nemen tot het opstellen van richtlijnen voor veel voorkomende blessures binnen de sportgeneeskunde. Op basis van registraties binnen een aantal sportmedische instellingen is een top 12 gemaakt van blessures, die het meest gezien worden door sportartsen. Deze top 12 vormt het uitgangspunt voor de richtlijnen die vanaf 2009 binnen de VSG zullen worden ontwikkeld. Richtlijnen hebben een adviserend karakter; de verantwoordelijkheid voor het uiteindelijke medisch handelen ligt bij de individuele beroepsbeoefenaar.

[top]

Mono-disciplinaire richtlijn Chronisch compartimentsyndroom van het onderbeen

Het inspanningsgebonden compartimentsyndroom, ook wel chronisch compartiment syndroom (CCS) of chronic exertional compartment syndrome (CECS) genoemd, manifesteert zich in verschillende, door fascie omgeven, spiergroepen. Dit beeld geeft pijn, zwelling en soms functiebeperking in de aangedane spierloges van meestal het onderbeen of de onderarmen. Iedereen kan CCS ontwikkelen, maar het beeld komt meestal voor bij sporten zoals hardlopen, schaatsen en wandelen en minder bij sporten zoals zwemmen en fietsen.

CCS is een lastig diagnose waarbij er bij lichamelijk onderzoek in rust relatief weinig afwijkingen zijn. Vaak bestaan de klachten al jaren. CCS is een frequent voorkomend beeld in de sportgeneeskundige praktijk hetgeen de reden voor de ontwikkeling van deze richtlijn.

[top]

Mono-disciplinaire richtlijn Chronische liesklachten bij sporters

Om meer uniformiteit te krijgen binnen de sportgeneeskunde is de doelstelling van de VSG om in 2009 vorm te gaan geven aan een aantal richtlijnen. Het is handig om allemaal op dezelfde wijze bepaalde onderzoeken en testen uit te voeren en te weten waarom het nu juist op die manier gedaan wordt. Dit maakt het handelen van de sportartsen voor zowel collega’s als sporters inzichtelijk.

Een richtlijn is een binnen de medische beroepsgroep overeengekomen gedragslijn voor gepaste zorg. Klinische richtlijnen zijn systematisch ontwikkelde aanbevelingen om zorgverleners en patiënten te helpen bij beslissingen over passende zorg in specifieke situaties en vormen zo een leidraad voor preventieve, diagnostische, therapeutische of organisatorische procedures. Het doel van deze richtlijn is artsen en patiënten te helpen in de dagelijkse praktijk betere keuzes te maken.

De richtlijn is gebaseerd op klinisch wetenschappelijke literatuur die op systematische wijze is weergegeven in een samenvatting.

Richtlijnen hebben een adviserend karakter, de verantwoordelijkheid voor het uiteindelijke handelen, blijft bij de individuele beroepsbeoefenaar.

[top]

Richtlijn Iliotibiale Bandsyndroom

Deze richtlijn beoogt een richting te geven voor de dagelijkse praktijk van diagnostiek en behandeling van ITBS. De richtlijn biedt ter bevordering van de implementatie aanknopings-punten voor bijvoorbeeld lokale (instituuts- of regio-) protocollen en/of transmurale zorgafspraken.

[top]

Handreiking Voorzorg Sportevenementen

Het Ministerie van VWS (directie Sport) heeft begin 2009 de VSG (Vereniging voor Sportgeneeskunde) verzocht om samen met andere betrokken landelijke organisaties een handreiking te ontwikkelen voor de (medische) zorg aan deelnemers aan sportevenementen. Het ministerie acht het van belang dat er een handreiking wordt ontwikkeld die zowel ingaat op de organisatorische randvoorwaarden voor het leveren van de zorg als op de eisen die aan de inhoud van de zorg moeten worden gesteld.

[top]

Multidisciplinaire richtlijn Achillespees
Deze richtlijn is bedoeld voor de diagnostiek en behandeling van sporters met chronische achillestendinopathie, in het bijzonder de tendinosis. VSG1890 bevat de richtlijntekst, VSG1890oefeningen geeft aan hoe de oefeningen uitgevoerd dienen te worden en in VSG1890stroomschema is het hele proces schematisch in beeld gebracht.

[top]

VSG-Richtlijn Rust-ECG
Deze richtlijn richt zich op afnemen van een rust-ECG als onderdeel van een sportmedisch onderzoek. Doel is deze meting als onderdeel van een sportmedisch onderzoek te standaardiseren met betrekking tot uitvoering en interpretatie. Daarbij is uitgegaan van bestaande evidence en consensus, waardoor een juiste, duidelijke en uniforme advisering en handelwijze mogelijk wordt gemaakt.

[top]

VSG-Richtlijn Lichaamsgewicht
Deze richtlijn richt zich op het meten van lichaamsgewicht als onderdeel van een sportmedisch onderzoek. Doel is deze meting als onderdeel van een sportmedisch onderzoek te standaardiseren met betrekking tot uitvoering en interpretatie. Daarbij is uitgegaan van bestaande evidence en consensus, waardoor een juiste, duidelijke en uniforme advisering en handelwijze mogelijk wordt gemaakt.

[top]

VSG-Richtlijn Lichaamslengte
Deze richtlijn richt zich op het meten van lichaamslengte als onderdeel van een sportmedisch onderzoek. Doel is deze meting als onderdeel van een sportmedisch onderzoek te standaardiseren met betrekking tot uitvoering en interpretatie. Daarbij is uitgegaan van bestaande evidence en consensus, waardoor een juiste, duidelijke en uniforme advisering en handelwijze mogelijk wordt gemaakt.

[top]

VSG-Richtlijn Middelomtrek
Deze richtlijn richt zich op het meten van middelomtrek als onderdeel van een sportmedisch onderzoek. Doel is deze meting als onderdeel van een sportmedisch onderzoek te standaardiseren met betrekking tot uitvoering en interpretatie. Daarbij is uitgegaan van bestaande evidence en consensus waardoor een juiste, duidelijke en uniforme advisering en handelwijze mogelijk wordt gemaakt.

[top]

VSG-Richtlijn Bloeddruk in rust
Deze richtlijn richt zich op het meten van de bloeddruk in rust als onderdeel van een sportmedisch onderzoek. Doel is deze meting als onderdeel van een sportmedisch onderzoek te standaardiseren met betrekking tot uitvoering en interpretatie. Daarbij is uitgegaan van bestaande evidence en consensus, waardoor een juiste, duidelijke en uniforme advisering en handelwijze mogelijk wordt gemaakt.

[top]

VSG-Richtlijn Lichaamsvetpercentage
Deze richtlijn richt zich op het meten van lichaamsvetpercentage als onderdeel van een sportmedisch onderzoek. Doel is om deze meting als onderdeel van een sportmedisch onderzoek te standaardiseren met betrekking tot uitvoering en interpretatie. Daarbij is uitgegaan van bestaande evidence en consensus waardoor een juiste, duidelijke en uniforme advisering en handelwijze mogelijk wordt gemaakt.

[top]

VSG-Richtlijn Visus en oogafwijkingen in relatie tot sportbeoefening
Deze richtlijn richt zich op bepaling van de visus en inschatting van oogafwijkingen in relatie tot sportbeoefening als onderdeel van een sportmedisch onderzoek. Doel is om dit onderdeel van een sportmedisch onderzoek te standaardiseren met betrekking tot uitvoering en interpretatie. Daarbij is uitgegaan van bestaande evidence en consensus waardoor een juiste, duidelijke en uniforme advisering en handelwijze mogelijk wordt gemaakt.

[top]

Richtlijnen voor artsen omtrent het sportmedisch handelen

 

[top]

Richtlijn ‘Inspanningstest met ECG-registratie’

[top]

Consensus Screening op diabetes mellitus

Bij het preventief sportmedisch onderzoek boven de 35 jaar (basisplus en groot PSMO) bepalen we tenminste het glucose of het HbA1c
• Bepaling van het glucose in de urine is niet gevoelig genoeg, omdat de nierdrempel op 10 mmol/l ligt;
• Bepaling van het glucose in het bloed geeft een momentane indicatie;
• Bepaling van het HbA1c geeft inzicht in de glucosestatus van de afgelopen tijdsperiode.
Bij de bepaling van het bloedglucose is in het kader van normaalwaarden van belang te weten, of betrokkene al dan niet nuchter is.
In het kader van inspanningsonderzoek bij het PSMO is het evenwel niet te prefereren, dat betrokkene nuchter is.

[top]

Consensus ‘Urineonderzoek’

Anno 2006 is er twijfel over het standaard urineonderzoek met sticks voor glucose, eiwit en bloed in het kader van preventief sportmedisch onderzoek.
Toelichting:
1. De glucosebepaling met sticks zal pas positief worden, als de bloedspiegel tenminste 10 mmol/l bedraagt. Zodoende is deze methode ter opsporing van diabetes mellitus niet gevoelig genoeg.
2. De bepaling op glucose zal positief zijn bij patiënten, waarbij ook daar anamnestisch aanwijzingen voor zijn.
3. De eiwitbepaling met sticks betreft in feite albuminebepaling is vaak positief bij actieve mensen zonder dat dit consequenties heeft en zal anderszins positief zijn bij patiënten, waarbij daar ook anamnestisch aanduidingen voor relevante aandoeningen zijn.

[top]

Consensus Screening op anemie

Bij een preventief sportmedisch onderzoek bepalen we ter screening op anemie tenminste hemoglobine en MCV
• het hemoglobine sec geeft een indicatie (anemie, sportersanemie);
• de combinatie hemoglobine, MCV (beide verlaagd) geeft meer informatie richting ijzergebreksanemie;
• de combinatie Hb en Ht (beide suboptimaal) geeft informatie over latente anemie;
• in het klein bloedbeeld (leuco, ery, Hb, Ht, MCV, MCH, MCHC, trombo) worden alle relevante bepalingen meegenomen.

[top]

Consensus ‘Screening op risicofactoren hart/vaatziekten’

Bij het preventief sportmedisch onderzoek (basisplus en groot Sportmedisch Onderzoek) bepalen we tenminste Cholesterol en HDL-cholesterol

Naast beide bepalingen apart is ook de ratio cholesterol/HDL van belang
(normen: chol < 6,5; HDL > 1; ratio < 4);
Bepaling van LDL-cholesterol en triglyceriden is nodig bij familiaire belasting, bij hartvaatziekten dan wel diabetes mellitus.

[top]

Richtlijn ‘Sportkeuring’ van kinderen

Preventief sportmedisch onderzoek (PSMO), in de volksmond sportkeuring genoemd, wordt door een klein aantal sportorganisaties verplicht gesteld. Een nog kleiner aantal geeft richtlijnen voor de frequentie
respectievelijk de inhoud van het onderzoek in geval van deelname van kinderen (KNLTB, NOB). Zodoende kan een PSMO ook worden aangevraagd door de verantwoordelijke ouders of begeleiders (trainers). In de praktijk komt het er op neer dat regelmatig jonge tennissers op verzoek van de bond worden gezien en jonge turners op verzoek van de clubtrainer. Concrete richtlijnen voor de inhoud van de keuring en diverse criteria voor geschiktheid zijn evenwel niet omschreven, behalve bij sportduiken.

[top]

Richtlijn 'Acute inversietrauma van de enkel'

Het acute inversietrauma van de enkel is een veel voorkomend letsel met een geschatte frequentie van optreden van 1 per 10.000 inwoners per dag. Uit epidemiologische gegevens uit 2005 blijkt dat in Nederland circa 600.000 enkeldistorsies per jaar optreden.

[top]


© Copyright 2010.






Terug naar Sportgeneeskunde.com
vsg@sportgeneeskunde.com VSG fsmi@sportgeneeskunde.com FSMI nios@sportgeneeskunde.com NIOS sos@sportgeneeskunde.com SOS scas@sportgeneeskunde.com SCAS sbos@sportgeneeskunde.com SBOS info@arko.nl G&S