vsg
Persinformatie sportgeneeskunde
Vereniging



Over de VSG
  Algemene informatie
  Structuur
  Voor wie?
  Doelstelling
  Beleid
  Bestuur
  Lid worden
  Prijs voor Sportgeneeskunde
  Reijs Lecture
  Contact & route
Actueel
  Nieuws
Sportgeneeskunde
  Wat is sportgeneeskunde?
  De sportarts
  Sportmedische Instellingen
  Opleiding en scholing
  Vergoedingen
Agenda
Vacatures
Publicaties
Klachtenregeling sportgeneeskunde
Richtlijnen
Projecten
Webwinkel
Wetenschappelijk tijdschrift
Huisarts & Sport
Accreditatie
Persinformatie sportgeneeskunde
Links
Inloggen
 
Printversie
Onderstaand artikel is geschreven door sportarts Don de Winter van het Medisch Centrum Haaglanden en voorzitter van de Vereniging voor Sportgeneeskunde. U vindt hier meer informatie over Sportgeneeskunde.

Inleiding
Sport kan steeds meer beschouwd worden als een belangrijke vorm van vrije tijds besteding. Een voordeel hierbij is dat het op iedere leeftijd en op zeer diverse niveau's beoefend kan worden. In deze hoedanigheid kan sportbeoefening dan ook beschouwd worden als de spiegel van maatschappelijke ontwikkelingen cq. als inspiratiebron van onze samenleving (Lubbers 1993).

Een duidelijk positief effect van sport en lichamelijke activiteit op de algehele gezondheid komt uit diverse wetenschappelijke studies naar voren. Regelmatige sportieve inspanning kan de lichamelijke maar ook de geestelijke gesteldheid gunstig beïnvloeden; voorbeelden hiervan zijn o.a. hart en vaatziekten, diabetes mellitus, osteoporose, bepaalde vormen van kanker en depressie (Mosted et al 1996; NOC*NSF 1995). De keerzijde van sport wordt in de media echter frequent belicht met het sportblessure probleem. Recent wetenschappelijk onderzoek toonde ongeveer 2,9 miljoen sportblessures aan, waarvan er 1,1 miljoen medisch werden behandeld; dit leidde in 11% tot één of meerdere dagen arbeidsverzuim. Doch door het toegenomen aantal sportbeoefenaren bleek er een afname van incidentiedichtheid van 19% ten opzichte van 1990 (Smickli en Bol 1995, van Galen en Diederiks 1990). De Stichting Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam heeft de kosten-baten balans van sportbeoefening onderzocht en rapporteerde een positieve balans van plus 160 miljoen gulden (750 miljoen gulden kosten). Door de onderzoekers werd echter aangegeven dat het moeilijk is om de gezondheidswinst in cijfers uit te drukken.

Meer erkenning voor de gezondheidswaarde van sport in de breedste zin van het woord is dus op zijn plaats; hierbij dient echter de negatieve kant niet uit het oog verloren te worden. Specifieke deskundigen zijn derhalve vereist om een reeële inschatting van het belastingspatroon te doen teneinde gezonde personen maar ook chronisch zieken en gehandicapten met een verstandig advies te laten sporten (Meegdes 1992). Een sportgeneeskundige afdeling van een algemeen ziekenhuis met een specifiek voor deze taak opgeleide sportarts kan hierin een belangrijke rol spelen.

[top]

Historie sportgeneeskunde
Sedert de oprichting van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) in 1965 heeft de sportgeneeskunde een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Dit specialisme werd in 1986 als zesde tak van de sociale geneeskunde ingeschreven. De vierjarige opleiding tot sportarts (uniek in Europa) voldoet aan de eisen van het College voor Sociale Geneeskunde.

Daarnaast heeft de Universiteit Utrecht in 1988 dr. W.L. Mosterd als eerste hoogleraar klinische sportgeneeskunde benoemd. Op dit moment zijn er 40 geregistreerde sportartsen werkzaam en zijn er 30 sportartsen in opleiding.

Het vak sportgeneeskunde heeft zich in de afgelopen decennia tot een horizontaal specialisme ontwikkeld, hetwelk in enige mate gelijkenis vertoont met de revalidatie geneeskunde gezien het multidisciplinaire karakter ervan. Deelspecialismen zoals cardiologie, orthopaedie en fysiologie spelen hierin van oudsher een belangrijke rol.

Een veelgehanteerde definitie van sportgeneeskunde luidt als volgt: sportgeneeskunde is de wetenschap, die zich bezig houdt met alle medische aspecten van de sportbeoefening, zowel van basaal wetenschappelijke aard, als van preventieve en curatieve aard (Jongbloed en Jongh 1955). Het houdings en bewegingsapparaat van de bewegende mens, maar ook inspannings gerelateerde klachten vormen een kernfunctie hierin. De veel gelegde associatie met de topsport geeft een onvolledig beeld van de werkzaamheden binnen de sportgeneeskunde. Veeleer valt binnen de grotere groep recreatieve en competitie sporters op regionaal niveau een grotere gezondheidswinst te bewerkstelligen door goede preventieve en curatieve advisering. De door sportbeoefening ontstane niet-acute letsels (overbelastings en weke delen letsels) vragen om een specifieke deskundigheid, die door de sportarts geleverd wordt; hierbij is geen substitutie mogelijk door een ander specialisme. In het rapport "kiezen en delen" wordt gesteld niet-substitueerbare zorg in het toekomstig basispakket op te nemen (Dunning 1991).

Op ongeveer 50 plaatsen in Nederland zijn al geruime tijd Sportmedische Adviescentra (SMA's) werkzaam, die veelal extramuraal werken. Het gebrek aan intercollegiale steun van klinisch werkzame specialisten en een mindere bereikbaarheid zijn vaak redenen dat relatief weinig mensen gebruik maken van deze centra. Daarnaast zijn op diverse plaatsen op dit moment ziekenhuizen reeds actief op het gebied van sportgeneeskundige zorg. Voorbeelden hiervan zijn het Antoniushove ziekenhuis te Leidschendam, het Canisius Wilhelmina ziekenhuis te Nijmegen, het Sophia ziekenhuis te Zwolle en het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Ook ziektenkosten verzekeraars onderkennen steeds meer het belang van een goed georganiseerde sportgezondheids zorg. Meerdere van hen hebben dit reeds in hun zorg pakketten opgenomen.

[top]

Doelgroepen sportgeneeskunde
Zoals in de inleiding gesteld wordt de bewegende mens met klachten van het bewegingsapparaat of met inspannings gerelateerde klachten gezien als potentiële afnemer van zorg.

Geenszins zal de sportgeneeskunde zich louter bezig gaan houden met de topsporter in de regio. M.b.t. deze doelgroep zal echter contact worden onderhouden met het reeds functionerende Olympisch Steunpunten. Beginnende sporters, alsmede recreatieve en competitieve sporters van regionaal of (sub) top niveau kunnen gebruik maken van de aangeboden zorg. Doch ook niet sporters met klachten van het bewegings apparaat of inspanningsgebonden klachten kunnen een beroep doen op deze vorm van medische zorgverlening. Groepsgerichte activiteiten op het niveau van verenigingen, clubs, sportbonden en sportevenementen kunnen daarnaast ook deel uitmaken van het zorgpakket van de sportgeneeskunde.

[top]

Multidisciplinaire contacten
In het kader van een breed zorg pakket zullen diverse specialismen bij de sportmedische zorgverlening betrokken worden zoals orthopaedie, algemene chirurgie, cardiologie, interne geneeskunde en fysiotherapie alsmede de afdelingen röntgenologie, laboratorium en apotheek. Dit door gelegenheid te scheppen tot (in)formeel contact, beleids- en casuïstiek bespreking.

[top]

Werkzaamheden sportarts
De sportarts verricht patientgerichte werkzaamheden zoals:

  • het houden van een poliklinisch en telefonisch spreekuur bij blessures, alsmede de niet operatieve behandeling, revalidatie, reïntegratie en recidief preventie van sportmedische problemen.
  • het verzorgen van periodieke belastbaarheids onderzoeken cq conditiebepaling.
  • het verzorgen van second-opinions m.b.t. arbeids en verzekeringstechnische aangelegenheden bij langdurig bestaande klachten cq blessures.
  • het verzorgen van risicoprofiel screening (check-up).
  • het geven van voorlichting aangaande: (sport)voeding, hygiëne, trainingstechnische aangelegenheden, sportbeoefening bij gehandicapten en chronisch zieken.
  • nader overleg uitvoeren van (sport) specifieke veldtesten.

De sportarts geeft vorm aan het beleid ten aanzien van de sportgeneeskundige zorg en bevorderen van de kwaliteit van de zorgverlening o.a. door het ontwikkelen van protocollen en het geven van voorlichting en bijscholing.

[top]

Werkwijze sportarts
De sportarts houdt een eigen spreekuur en volgt zijn "eigen sporters cq patienten". In het kader van curatieve zorg zal hij daar waar nodig gebruik maken van de reeds aanwezige faciliteiten zoals de röntgen afdeling en het laboratorium en zo nodig in contact treden met de reeds eerder vermelde klinische specialismen. In het kader van screenings cq preventieve zorg zal hij gebruik maken van diverse (sportspecifieke) functieproeven zoals longfunctie, electrocardiografie in rust en tijdens belasting, belastingsonderzoek m.b.v. fiets-, loop- en roeiergometers en mobiele hartfrequentie meetapparatuur. M.b.t. het gebruik maken van verschillende functieproeven zal coördinatie en afstemming met o.a. cardiologen en longartsen plaats vinden.

[top]

Werkwijze sportarts
De sportarts houdt een eigen spreekuur en volgt zijn "eigen sporters cq patienten". In het kader van curatieve zorg zal hij daar waar nodig gebruik maken van de reeds aanwezige faciliteiten zoals de röntgen afdeling en het laboratorium en zo nodig in contact treden met de reeds eerder vermelde klinische specialismen. In het kader van screenings cq preventieve zorg zal hij gebruik maken van diverse (sportspecifieke) functieproeven zoals longfunctie, electrocardiografie in rust en tijdens belasting, belastingsonderzoek m.b.v. fiets-, loop- en roeiergometers en mobiele hartfrequentie meetapparatuur. M.b.t. het gebruik maken van verschillende functieproeven zal coördinatie en afstemming met o.a. cardiologen en longartsen plaats vinden.

[top]

Functieprofiel sportarts
Plaats van de functie
De sportarts is primair het aanspreekpunt van de sportgeneeskunde en maakt deel uit van een team van deskundigen dat betrokken kan zijn bij de behandeling en begeleiding van (beginnende) sporters of patienten met klachten van het houdings of bewegingsapparaat.

Doel van de functie
Het komen tot een zo optimaal mogelijke continuïteit en kwaliteit van sportgeneeskundige zorg voor bovenvermeld doelgroep. De aard van de functie is adviserend, behandelend, begeleidend en educatief. De sportarts voert zijn taak zelfstandig uit.

[top]

Functie-inhoud
De sportarts

1.is belast met de preventieve en curatieve aspecten van de sportgeneeskundige zorg, die verleend wordt aan de poliklinische vrager van sportmedische zorg. Specifieke taken hierin zijn:

a] het ontwikkelen van een uniform beleid inzake sportgeneeskundige zorg.
b] het waarborgen van continuïteit in de zorg
c] het onderhouden van contacten met de verschillende samenwerkende disciplines
d] consultatie functie voor andere hulpverleners.

2.kan medewerking verlenen aan patientgericht onderzoek, verzamelt en verstrekt hiertoe informatie en helpt bij de opzet en uitvoering hiervan.

3.schrijft en publiceert artikelen in vakbladen, patientenbladen of sportorganen.

[top]

Kennis en vaardigheden
1.onderhoudt contacten met collegae uit andere instellingen in het kader van afstemming van nationaal geldende sportgeneeskundige beleidslijnen.

2.onderhoudt contacten met landelijke en regionale sportmedische organisaties en sportorganisaties in het algemeen.

3.houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van de sportgeneeskundige zorg d.m.v.:
a] het bijwonen van congressen en symposia in binnen- en buitenland.
b] het volgen van nascholings cursussen.
c] het lezen van vakliteratuur.

[top]

Functie eisen
Een in het register van de Sociale Geneeskunde tak sportgeneeskunde ingeschreven arts.

[top]

Literatuurlijst

  • A.J. Dunning et al: Kiezen en delen; advies in hoofdzaken van de commissie Keuzen in de zorg. Ministerie van WVC 1991.
  • W. van Galen, J.P. Diederiks: Sportblessures breed uitgemeten.
    De Vrieseborch, Haarlem 1990.
  • J. Jongbloed, J. Jongh: Sportgeneeskunde. Utrecht 1955.
  • R. Lubbers: statement in NRC 13 februari 1993.
  • J. Meegdes: Is de sportarts niet primair een medisch specialist? Medisch Contact mei 1992.
  • W.L. Mosterd, E. Bol. W.R. de Vries et al: Beweging gewogen; rapportage op verzoek van het Ministerie van VWS inzake het gezondheids bevorderende effect van bewegen juli 1996.
  • NOC*NSF: Congres verslag Nederland in Beweging.
    Papendal oktober 1995.
  • Provinciale Sportraad Zuid-Holland, geregistreerde verenigingen 1996.
  • S.L. Schmikli, E. Bol, F.J.G. Backx: Sportblessures nader uitgediept. Bohn Stafleu van Loghum, Houten 1995.
  • Stichting voor Economische Onderzoek der Universiteit van Amsterdam 1989.

Dit artikel is geschreven door sportarts Don de Winter van het Medisch Centrum Haaglanden en voorzitter van de Vereniging voor Sportgeneeskunde.

[top]


© Copyright 2008.






Terug naar Sportgeneeskunde.com
vsg@sportgeneeskunde.com VSG fsmi@sportgeneeskunde.com FSMI nios@sportgeneeskunde.com NIOS sos@sportgeneeskunde.com SOS scas@sportgeneeskunde.com SCAS sbos@sportgeneeskunde.com SBOS info@arko.nl G&S