
Grote groepen mensen zijn wekelijks, soms dagelijks, sportief actief. Zo telt Nederland anno 2010 bijna 8 miljoen sporters. Steeds vaker wordt de maatschappelijke waarde van sport onderkend; zeker nu wereldwijd bewegingsarmoede als een volksgezondheidsprobleem wordt beschouwd. In veel westerse landen wordt daarbij de laatste jaren vooral gewezen op het beland van lichamelijke activiteit bij het voorkomen va overgewicht, met name bij kinderen. Een actieve leefstijl, i.c. sport draagt bij aan gezondheid, welzijn, emancipatie en integratie. Kortom, sport en sportief bewegen zijn van onzichtbare waarde voor onze samenleving. Sport komt echter ook negatief in de publiciteit. Zo toont recent onderzoek aan dat er jaarlijks in Nederland ongeveer 3,5 miljoen sportblessures optreden. Van de medische hulpverleners ziet de huisarts de meeste sportblessures, namelijk 650.000 blessures per jaar. Dit resulteert in 900.000 huisartsconsulten per jaar. De huisarts heeft dus een belangrijke rol bij de behandeling, doorverwijzing en preventie van sportblessures, maar ook bij het in beweging krijgen van mensen.
Op deze pagina treft u meer informatie aan over de mogelijkheden van sportgeneeskunde voor huisartsen. U treft algemene informatie aan over sportgeneeskunde en vindt meer informatie over scholingen voor huisartsen. Daarnaast kunt u artikelen lezen over een aantal sportblessures die speciaal voor huisartsen zijn geschreven.
Sport kan steeds meer beschouwd worden als een belangrijke vorm van vrije tijds besteding. Een voordeel hierbij is dat het op iedere leeftijd en op zeer diverse niveau's beoefend kan worden. In deze hoedanigheid kan sportbeoefening dan ook beschouwd worden als de spiegel van maatschappelijke ontwikkelingen cq. als inspiratiebron van onze samenleving (Lubbers 1993). Een duidelijk positief effect van sport en lichamelijke activiteit op de algehele gezondheid komt uit diverse wetenschappelijke studies naar voren. Regelmatige sportieve inspanning kan de lichamelijke maar ook de geestelijke gesteldheid gunstig beïnvloeden; voorbeelden hiervan zijn o.a. hart en vaatziekten, diabetes mellitus, osteoporose, bepaalde vormen van kanker en depressie (Mosted et al 1996; NOC*NSF 1995). De keerzijde van sport wordt in de media echter frequent belicht met het sportblessure probleem. Recent wetenschappelijk onderzoek toonde ongeveer 2,9 miljoen sportblessures aan, waarvan er 1,1 miljoen medisch werden behandeld; dit leidde in 11% tot één of meerdere dagen arbeidsverzuim. Doch door het toegenomen aantal sportbeoefenaren bleek er een afname van incidentiedichtheid van 19% ten opzichte van 1990 (Smickli en Bol 1995, van Galen en Diederiks 1990). De Stichting Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam heeft de kosten-baten balans van sportbeoefening onderzocht en rapporteerde een positieve balans van plus 160 miljoen gulden (750 miljoen gulden kosten). Door de onderzoekers werd echter aangegeven dat het moeilijk is om de gezondheidswinst in cijfers uit te drukken. Meer erkenning voor de gezondheidswaarde van sport in de breedste zin van het woord is dus op zijn plaats; hierbij dient echter de negatieve kant niet uit het oog verloren te worden. Specifieke deskundigen zijn derhalve vereist om een reeële inschatting van het belastingspatroon te doen teneinde gezonde personen maar ook chronisch zieken en gehandicapten met een verstandig advies te laten sporten (Meegdes 1992). Een sportgeneeskundige afdeling van een algemeen ziekenhuis met een specifiek voor deze taak opgeleide sportarts kan hierin een belangrijke rol spelen. Lees verder >>. [top] Scholing: Huisarts en Sport Huisarts en Sport is een meerjarenprogramma dat tot stand is gekomen op initiatief van NOC*NSF, dat wordt uitgevoerd door de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) en wordt mogelijk gemaakt door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Huisarts en Sport bestaat uit een aantal modules van ieder drie uur, waarin de huisarts wordt geleerd wat erbij komt kijken om een patiënt in de sport te adviseren, maar ook om een patiënt juist aan het bewegen te krijgen of meer te laten bewegen! Achterliggend motief is de relatie tussen huisarts en sporter op het gebied van sport, bewegen en gezondheid te verbeteren. In het bijzonder gaat het om: diagnostiek, behandeling en preventie van gezondheidsproblemen en bewegingsstimulering in het kader van het bevorderen van een gezonde leefstijl (ook voor mensen met chronische aandoeningen. Een actieve leefstijl biedt veel voordelen en kan het risico op bepaalde aandoeningen voorkomen (primaire preventie) en het beloop van bepaalde aandoeningen beïnvloeden (secundaire preventie). De modules Huisarts en Sport bieden u een eerste kennismaking met de sportgeneeskunde. Elke module is los te volgen, duurt maar drie uur en is geaccrediteerd! Lees meer over Huisarts en Sport >>. [top] Scholing: Basiscursus SportgeneeskundeTijdens deze cursus van drie dagen op Sportcentrum Papendal komen de meest recente inzichten over de gunstige en nadelige effecten van sporten en bewege n aan bod. Er wordt uitgebreid ingegaan op het praktisch handelen in de
praktijk, door veel met casuïstiek, workshops en practica te werken.
De cursus is zeer praktisch van opzet en reikt kennis en vaardigheden aan over veel voorkomende sportmedische problemen uit de dagelijkse praktijk. Daardoor kunnen de verworven kennis en vaardigheden meteen in de dagelijkse praktijk toegepast worden. Lees meer over de Basiscursus Sportgeneeskunde >>. [top] Scholing: Verdieping Sport & BewegenDe cursus ‘Verdieping Sport & Bewegen’ is een vervolg op de Basiscursus Sportgeneeskunde die door de Stichting Opleiding Sportgeneeskunde (SOS) wordt georganiseerd. De cursus wordt als één pakket van 4,5 dag aangeboden. De dagen geven verbreding en verdieping van de basiscursus (sportblessures en lichamelijk onderzoek) en gaan daarnaast in op het belang van een actieve leestijl, niet alleen voor de gezonde populatie, maar ook voor mensen met een chronische ziekte. Lees meer over de 'Verdieping Sport & Bewegen' >>. Voorbeelden verbeterplannen cursisten:
Onderstaande artikelen zijn afkomstig uit het huisartsentijdschrift 'Modern Medicine'.
|